|
Page content:
Nederlands
Mens-Machine‘Wie ben ik?’ Misschien heb je wel eens over deze vraag nagedacht. En waarschijnlijk vond je geen bevredigend antwoord. De vraag ‘wie ben ik?’ of ‘wat is de mens?’ is dan ook één van de belangrijkste en meest ingewikkelde vragen uit de filosofie. In de Oudheid probeerde Socrates al een antwoord te vinden en tegenwoordig zijn de filosofen er nog steeds niet uit. Sommige moderne denkers, zoals Putnam en Turing, geloven dat je een antwoord kunt vinden door de mens met een computer te vergelijken. Zij stellen vragen als: kan een computer denken? Werkt de menselijke geest net zoals een computer? En zullen er ooit computers komen die de mens voorbijstreven? Boeiende vragen om een profielwerkstuk over te maken.
Twee verschillende opvattingen over de mens: Descartes en Büchner
Over de vraag ‘wat is de mens’ wordt in de geschiedenis van de filosofie verschillend gedacht. De twee belangrijkste posities zijn dualisme en monisme. De dualist gelooft dat de mens uit twee substanties bestaat, namelijk lichaam en ziel. De Franse filosoof René Descartes (1596-1650) is één van de bekendste dualisten. Hij gelooft dat de mens een onsterfelijke ziel met een ingenieus verstand heeft. Een machine zal volgens hem de mens nooit kunnen overtreffen. De Duitse filosoof Ludwig Büchner (1832-1837) was het helemaal niet met Descartes eens. Hij is een monist, met andere woorden: hij gelooft dat de mens maar uit één substantie bestaat. Bij de meeste monisten, inclusief Büchner, is deze ene substantie de materie. Hij ontkent het bestaan van een onsterfelijke, onstoffelijke ziel. De mens werkt volgens bepaalde mechanismen, net als een machine. Voor je PWS zou je een paar teksten van Descartes en Büchner kunnen lezen en met elkaar vergelijken. Je zou ook een andere dualist (bijvoorbeeld Plato) met een materialist (bijvoorbeeld De Lamettrie) kunnen vergelijken. Hoe verschillen beide denkers van elkaar? En wie heeft er volgens jou gelijk?
Kan een computer denken?
Putnam en Searle
Hillary Putnam en John Searle zijn twee twintigste-eeuwse filosofen die zich met de vraag bezighouden of een computer kan denken. Ze verschillen sterk van mening over het antwoord. Putnam is één van de grondleggers van het functionalisme, een filosofische stroming die de werking van de menselijke geest onderzoekt. Hij bedacht dat je het menselijk denken in termen van een computermodel kunt beschrijven. Hierdoor is er technisch gezien geen verschil tussen het denken van een mens en van een computer. John Searle beweert juist dat een computer niet kan denken, ze doen maar alsof. In zijn beroemde ‘Chinese kamer’ gedachte-experiment geeft Searle een argumentatie voor zijn bewering. Bij zijn experiment zit je in een kamer en converseert aan de hand van een handboekje met een Chinees, die jou boodschappen op een beeldscherm doorgeeft. Door het handboek antwoord je steeds goed, maar betekent dat ook dat je echt Chinees begrijpt. Als je een profielwerkstuk wilt schrijven over de vraag of een computer kan denken, is het een leuk idee om Putnam met Searle te vergelijken. Hoe denken ze precies over mens-machine? Kloppen hun uitspraken wel of zijn ze inmiddels achterhaald? Je kunt er ook voor kiezen om één van de denkers kritisch te bespreken.
Turing
De Engelse wiskundige en filosoof Alan Turing (1912-1954) bedacht een fascinerend gedachte-experiment om de vraag of computers kunnen denken te lijf te gaan. In zijn proefschrift Computing Machinery and Intelligence uit 1950 beschrijft hij de volgende test. Als een computer een mens voor de gek kan houden en laten geloven dat hij een mens is, dan moet hij wel intelligent zijn. Hiervoor moet de computer hetzelfde gedrag vertonen als een mens. Turing bedacht dat de proefpersoon en de computer in verschillende kamers moesten zitten, zodat hij niet kan zien met wie hij spreekt. Het contact moest volgens hem door middel van het toetsenbord plaatsvinden. Tegenwoordig zou chatten een voor de hand liggende communicatiemogelijkheid zijn. Een andere opstelling van de Turingtest is dat een persoon met meerdere mensen en computers praat die hij niet kan zien. Als de proefpersoon niet meer weet of hij het met een computer of een mens te doen heeft, slaagt de computer voor de test: hij is een intelligent wezen. Tot nu toe is nog geen enkele computer geslaagd. In je PWS zou je kunnen kijken of Turing gelijk heeft. Daarvoor kun je zijn test bijvoorbeeld naspelen in een computerlokaal. Zo kun je een profielwerkstuk schrijven over informatica en filosofie. Ook kun je de kritiek van de Amerikaanse filosoof Copland op Turing lezen en verwerken. Belangrijke vragen zijn: wat versta je zelf onder denken? Zal een computer in de toekomst voor de Turingtest kunnen slagen? En als een computer volgens jou een intelligent wezen is, zal hij dan eens de mens voorbijstreven?
Wat is het om een vleermuis te zijn? Moderne kritiek op het materialisme
Tegenwoordig zijn de meeste filosofen materialist. Het geloof in een onsterfelijke ziel is sinds het einde van de negentiende eeuw steeds meer uit de mode geraakt. Een belangrijke vorm van het materialisme is het zogenaamde reductionisme. In deze stroming worden de geest en allerhande begrippen die hiermee verband houden teruggebracht oftewel gereduceerd tot het lichaam, tot materie. De moderne filosoof Thomas Nagel heeft kritiek op het reductionisme. In zijn beroemde artikel Wat is het om een vleermuis te zijn legt hij uit dat we alles van een vleermuis kunnen weten en onderzoeken behalve de ervaring om er één te zijn. Je kunt deze subjectieve ervaring niet tot iets puur materieels reduceren. Een vraag die je als uitgangspunt voor een PWS kunt nemen is: wat zijn de consequenties van Nagels gedachten voor het mens-machine probleem? Ook kun je onderzoeken of Nagels kritiek op het materialisme gegrond is. Kun je een subjectieve ervaring inderdaad niet wetenschappelijk onderzoeken?
De la Mettrie
Als je je wilt verdiepen in de geschiedenis van het materialisme, kun je een PWS schrijven over de Franse filosoof en arts Julien Offray de la Mettrie (1709-1751). Hij is één van de grondleggers van het mechanistische wereldbeeld, waarbij de mens wordt gezien als een ingewikkelde machine. De la Mettrie stelt in zijn beroemde boek L’homme machine dat de wetenschap van zijn tijd nog niet instaat is om alle finesses van de menselijke machine te kunnen begrijpen, maar dat dit in de toekomst wel het geval zal zijn. Zowel het menselijke lichaam als zijn geest werken volgens mechanische wetten en de principes van de natuurwetenschap. Er is geen sprake van een onstoffelijke geest of ziel. In zijn tijd vonden de mensen De la Mettrie’s ideeën behoorlijk schokerend. Hij was hierop voorbereid en publiceerde L’homme machine anoniem. De identiteit van de schrijver werd echter al snel achterhaald waardoor De La Mettrie Frankrijk moest ontvluchten. Hij stierf aan het eten van een pasteitje dat misschien vergiftigd was. Bij een PWS over De la Mettrie kun je ervoor kiezen om een paar hoofdstukken uit zijn boek L’homme machine te analyseren en kritisch te bespreken. Het boek is in het Nederlands vertaald. Een leuk onderwerp voor een profielwerkstuk over filosofie en geschiedenis is om uit te zoeken waarom de mensen in De la Mettrie's tijd zo heftig op zijn gedachten reageerden. Ook kun je een onderzoek doen naar de heftige reacties bij de ontvangst van het boek. Een andere mogelijkheid is om te kijken in hoeverre De la Mettrie vooruitwijst naar de moderne natuurwetenschap. Of is hij op sommige punten juist ouderwets?
Meer weten over Mens-Machine?
Als je meer informatie nodig hebt over het onderwerp Mens-Machine, kun je altijd naar het Alfasteunpunt mailen. Ook voor andere vragen over het onderwerp kun je bij ons terecht: Alfasteunpunt@rug.nl.
|
Associative links:
|
||||||||||||
|
|
|||||||||||||
Current section:
Filosofie |
|||||||||||||