Page content
Section menu
Main menu
Associative links
Page content:
Nederlands

Zeggen wat je wilt?


Tolerantie en vrijheid van meningsuiting

Campagne van Amnesty
Campagne van Amnesty
Racisme?
Racisme?

In Nederland en vele andere democratieën is de vrijheid van meningsuiting vastgelegd in de wet. Dat betekent dat je kenbaar mag maken wat je overtuigingen zijn zonder dat je bang hoeft te zijn voor vervolging door de staat. De vrijheid van meningstuiting gaat echter gepaard met een ander strafrechtelijk principe namelijk, het verbod op ‘smalend taalgebruik’. Dit betekent dat je groepen niet mag discrimineren, niet mag aanzetten tot haat en geweld, gezagdragers zoals de politie niet mag beledigen en ook geen leugens mag verspreiden.

Vrijheid van meningsuiting en het verbod op smalend taalgebruik liggen misschien wel vast in de wet maar de grens is af en toe lastig te bepalen.

Voor je profielwerkstuk zou je op een filosofische manier tolerantie en vrijheid van meningsuiting kunnen onderzoeken. Wat is tolerantie eigenlijk? Valt het uitschelden en beledigen van bepaalde groepen ook onder de vrijheid van meningsuiting? Kun je mensen tolereren die jou niet tolereren? Zijn we in Nederland de afgelopen jaren te tolerant geweest? Je zou kunnen onderzoeken welke filosofen hier iets over hebben gezegd en met behulp van hun theorieën jouw eigen mening over deze kwesties kunnen ondersteunen.

Hieronder staan een paar voorbeelden van mogelijke filosofische problemen:

 

-  Het probleem van de vrije samenleving

- De grens tussen discriminatie en vrijheid van meningsuiting

Ook een actuele voorbeelden komen aan bod:

- de vervolging van Wilders

- Hans Teeuwen en de meisjes van Halal

 

Heb je vragen, wil je meer informatie ove het onderwerp of jouw opzet aan ons voorleggen dan kun je ons mailen: alfasteunpunt@rug.nl

Plastic foetus van de campagne tegen abortus van stichting Schreeuw om Leven
Plastic foetus van de campagne tegen abortus van stichting Schreeuw om Leven

Het probleem van de vrije samenleving

Of we het nu leuk vinden of niet, Nederland en andere westerse landen vormen ‘multiculturele samenlevingen’: samenlevingen waarin mensen met allerlei verschillende culturele achtergronden en overtuigingen samen leven. Nederland is ook een vrije samenleving waarin iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Ondanks alle verschillende ideeën die mensen er op nahouden en de verschillende regels waar ze zich bijvoorbeeld volgens hun geloof aan moeten houden, kunnen we natuurlijk maar één wet hebben. Zo een wet beslist dan over zaken waar lang niet iedereen het over eens zal zijn zoals bijvoorbeeld het homohuwelijk en abortus. In Nederland proberen we iedereen zo gelijk mogelijk te behandelen, toch zal het onvermijdelijk zijn dat de wet geen rekening houdt met alle verschillende groepen en meningen. Hoe kunnen we het legitimeren dat we in een vrije samenleving als de onze, toch iedereen dwingen dezelfde wet te volgen? Kunnen we dit wel legitimeren en zo ja, op wat voor manier? Een filosofische theorie die je kunt gebruiken om naar dit probleem te kijken is de theorie van John Rawls. Verder heeft ook de filosoof Karl Popper een boek geschreven over de open, vrije samenleving.

De meiden van Halal
De meiden van Halal

De grens tussen discriminatie en vrijheid van meningsuiting

Stel je het volgende eens voor: er loopt een homo over straat, als er plots door een ander persoon “hé Homooo!” word geschreeuwd. Over het algemeen word dit door de wet niet als discriminatie opgevat, omdat het in principe een uitspraak is over de geaardheid van de persoon, “maar je bent toch ook een homo, wat is dan het probleem?” zullen ze vragen. Toch zien de meeste mensen deze situatie als een situatie waarin de ene persoon door de ander wordt ‘uitgescholden’ of misschien zelfs gediscrimineerd.

Er is hier een verschil tussen wat de persoon zegt (je bent een homo wat een ware uitspraak is) en wat de persoon doet (uitschelden). We kunnen dit verschil benaderen met de theorie van Jürgen Habermass. Hij zegt dat als we praten dat we dan ook iets doen met onze woorden. Dit noemt hij communicatief handelen. Je zou voor je profielwerkstuk onderzoek kunnen doen naar deze theorie van Habermass. Kun je met zijn theorie duidelijk maken wat de grens is tussen het uiten van een mening en iemand discrimineren? Ook kun je bijvoorbeeld nadenken over de vraag of politici dingen mogen zeggen als bijvoorbeeld “Marrokanen zijn crimineler dan Nederlanders” of “de Islam is een gewelddadige religie”. Waar zou de grens moeten liggen tussen ‘het uiten van een mening’ en een andere groep uitschelden of discrimineren.

Spannende voorbeelden zijn het debat tussen Hans Teeuwen en de meiden van Halal en het proces tegen Wilders.

Hans Teeuwen
Hans Teeuwen

Kijk met een filosofische blik naar het televisiefragment van 2008: de confrontatie tussen Hans Teeuwen en de meisjes van Halal

In het programma ‘bimbo’s en burka’s’ hebben de meisje van Halal Hans Teeuwen uitgenodigd om hem op de pijnbank te leggen. Hans Teeuwen heeft namelijk een liedje geschreven waarin hij de meisjes én verschillende godsdiensten beledigt. Er volgt een levendige discussie waarin Hans Teeuwen duidelijk de overhand heeft. Het standpunt van Hans Teeuwen is dat er ‘geridiculiseerd’ moet kunnen worden, we moeten grapjes kunnen maken over religies en gezaghebbende personen. Als dat niet meer kan, dan leven we in een dictatuur. In een vrije samenleving zouden mensen moeten kunnen omgaan met beledigingen aan het adres van bijvoorbeeld hun godsdienst. Van jongs af aan ontwikkelen we hier als het ware een soort schild tegen.

 

Misschien kun je het standpunt van Hans Teeuwen verwerken in je profielwerkstuk. Ben je het er wel of niet mee eens? Wat zouden filosofen als Habermas of John Stuart Mill er over zeggen?

 

- Youtubefragment van Hans Teeuwen en de meisjes van Halal.

Geert Wilders
Geert Wilders

Het proces tegen Wilders

Geer Wilders moest 20 januari 2010 voor het eerst de rechter verschijnen. Wilders is door de advocaat Gerard Spong aangeklaagd voor het zaaien van haat. Het OM vindt dat de uitspraken van Wilders een 'redelijk vermoeden van schuld' opleveren. Het benadrukt dat de vrijheid van meningsuiting een belangrijk goed is maar dat er grenzen zitten aan dit recht.

Het proces tegen Wilders is een actueel voorbeeld dat laat zien dat de grens tussen vrijheid van meningsuiting en 'het zaaien van haat' of discriminatie lastig te bepalen is.

Filosofen

De filosofen John Rawls, Karl Popper en Jürgen Habermas zijn hierboven al genoemd. Ook John Locke en John Stuart Mill hebben over tolerantie en vrijheid van meningsuiting geschreven.

Voor je profielwerkstuk zou je Locke en Mill als discussiepartners kunnen gebruiken in het hedendaagse debat. Voeren zij goede argumenten aan voor de vrijheid van meningsuiting? Kun je met hun theorie een grens bepalen? Je zou ook de geschiedenis van tolerantie kunnen bekijken. Hoe zijn wij zo tolerant geworden?

John Locke
John Locke

John Locke

John Locke schrijft in 1689 een brief over tolerantie. Op dat moment is hij zelf vanuit Engeland naar Nederland gevlucht omdat hij ervan wordt verdacht mee te hebben gedaan in een complot tegen koning Charles II. Voor de komst van deze koning was Engeland een politieke en religieuze chaos. Er woedde een burgeroorlog en Locke had dus met eigen ogen gezien wat de gruwelijke gevolgen kunnen zijn van intolerantie. Dit is dan ook een van de argumenten die hij voor tolerantie aanvoert in zijn brief over tolerantie: intolerantie heeft gruwelijke gevolgen. Hij voert ook een theologisch argument aan namelijk, dat we volgens de bijbel onze naasten lief moeten hebben. Een derde argument voor tolerantie dat hij aanvoert is dat het geloof een kwestie is van diepgewortelde, persoonlijke overtuiging en dat we mensen niet zomaar van buitenaf gedwongen kunnen worden om deze overtuiging te hebben. Ze kunnen dan wel doen alsof maar dit is niet gelijk aan écht geloven.

John Stuart Mill
John Stuart Mill

John Stuart Mill

Misschien ken je de Schotse filosoof John Stuart Mill wel van de les ethiek. John Stuart Mill is de opvolger van de eerste utilitaristen (gevolgenethiek). In 1859 Schreef hij het beroemde essay ‘On liberty’ (over de vrijheid) waarin hij onder andere zijn standpunten over de vrijheid van meningsuiting uiteen zet. Volgens Mill moet iedereen mogen doen en laten wat hij wil zolang anderen hierdoor maar niet worden geschaad. Of mensen te veel alcohol drinken, drugs gebruiken of andere ‘afkeurenswaardige’ dingen ondernemen, dat zouden ze zelf moeten uitmaken. Alleen als ze hierdoor agressief worden en bijvoorbeeld andere mensen mishandelen, mogen we ze oppakken en straffen. De straf moet dan echter alleen voor het mishandelen zijn en niet voor het gebruik van drugs of drank.

De vrijheid van meningsuiting was voor Mill een heel belangrijk onderwerp. Als argument hiervoor voerde hij aan dat je kunt leren van de meningen van anderen. Het is leerzaam om met iemand anders in debat te gaan en zijn mening met redelijke argumenten te moeten verwerpen. Ook al weet je van te voren dat de mening die iemand anders er op na houdt verkeerd is. Het zou dus juist goed zijn als iedereen kan zeggen wat hij wil.

Last modified:March 28, 2012 09:28
Associative links:

Geïnteresseerd in dit thema?

Prijsuitreiking voor het beste profielwerkstuk binnen C&M!

Prijsuitreiking voor het beste profielwerkstuk binnen C&M!
Prijsuitreiking voor het beste profielwerkstuk binnen C&M!

Nieuwe wetgeving per 1 september 2012