Skip to ContentSkip to Navigation
KVI - Center for Advanced Radiation TechnologyOrganisatie

Geschiedenis

De eerste plannen om in Groningen een groot cyclotron te bouwen dateren van 1957. De grootste voorvechter van de plannen was professor Brinkman, destijds hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). In 1963 gaf de regering goedkeuring aan de plannen. Er werd een contract getekend met Philips om een isochroon cyclotron te bouwen, dat gereed was in 1970. In 1972 werd een overeenkomst getekend tussen het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (O&W), de Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderwijs (ZWO, nu NWO), de RUG en de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), die de managementstructuur van het nieuwe instituut vastlegde. Er werd afgesproken dat het KVI twee moederorganisaties zou hebben: de RUG en FOM. Niet lang daarna gaf Brinkman, de eerste directeur, het stokje over aan Rolf Siemssen, die hiertoe speciaal naar Groningen gehaald was.

Uitbreiding van de faciliteit

Vanaf de eerste experimenten in 1971 werden meer en meer bundellijnen geïnstalleerd voor verschillende soorten experimenten, voornamelijk in de fundamentele kernfysica. In 1977 werd een magnetische spectrograaf, gebouwd door het Zweedse Scanditronix, in gebruik genomen. In 1982-83 volgde een Elektron Cyclotron Resonantie (ECR) ionenbron voor de productie van veelvoudig geladen ionen. Deze bron maakte het mogelijk om zware ionen in het cyclotron te versnellen, en kon ook gebruikt worden voor atoomfysica-experimenten.

De eerste kernfysica-experimenten

In de eerste jaren was het onderzoek geconcentreerd op de fundamentele kernfysica, en de structuur van de atoomkern was het belangrijkste onderzoeksobject. Er werd niet alleen experimenteel, maar ook theoretisch onderzoek gedaan. Belangrijke namen uit die tijd waren Akito Arima en Franco Iachello, die op het KVI het beroemde Interacting Boson Model ontwikkelden. In 1994 kreeg Arima een eredoctoraat van de RUG.

Atoomfysica en toegepaste kernfysica

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw werd het KVI-onderzoek uitgebreid. Parallel aan het kernfysica-onderzoek werd al in de late zeventiger jaren een atoomfyiscagroep opgezet. Daarnaast leidde het ongeluk met5 de kernreactor in Tsjernobyl tot de oprichting van een groep die zich concentreerde op onderzoek aan milieu-effecten van straling, daarbij gebruik makend van technologieën uit de kernfysica. De Toegepaste Kernsfysicagroep, later omgedoopt tot Nuclear Geophysics Division (NGD), werd opgeheven in 2007.

Een nieuw cyclotron: AGOR

Rond 1985 begon een nieuwe fase voor het KVI. Om een toppositie te behouden in het kernfysica-onderzoek in Europa en de wereld, werd besloten om een nieuw cyclotron te bouwen. Op basis van een Frans-Nederlandse overeenkomst werd in december 1985in Orsay/Parijs begonnen met de constructie van het supergeleidende K=600 MeV cyclotron AGOR (Accélérateur Groningen ORsay). Na succesvolle bundeltesten in april 1994 werd AGOR ontmanteld, gedurende 1994 en 1995 in onderdelen verhuist naar Groningen, om daar vervolgens weer opgebouwd te worden. In januari 1996 werden de eerste bundels uit het cyclotron geëxtraheerd, waarna in juli 1996 het wetenschappelijke programma met AGOR werd gestart. De officiële inauguratie van AGOR vond plaats op 16 januari 1997, in aanwezigheid van minister Ritzen van Onderwijs, Cultuur en wetenschappen (OCW) en zijn Franse collega, staatssecretaris d’Aubert.

AGOR is in staat zowel licht als zware ionen te versnellen. Protonen en deuteronen kunnen worden versneld tot een energie van 190 MeV per nucleon en zwaardere kernen tot 90 MeV per nucleon. Het cyclotron is uitgerust met drie externe ionenbronnen: een cuspbron voor de productie van intense bundels protonen, deuteronen en alfadeeltjes (heliumkernen), een ECR-ionenbron voor de productie van lichte en zware ionen en een gepolariseerde-ionenbron voor gepolariseerde protonen en deuteronen.

Onderzoek met de AGOR-faciliteit

In 1998 wordt het bedrijf, de verbetering en de ontwikkeling van het AGOR-cyclotron opgenomen in een FOM-programma. Daarnaast starten twee  kernfysicaprogramma’s: ‘Kernstructuur en de implicaties voor astrofysica’ (goedgekeurd tot het eind van 2005) en ‘Wisselwerkende hadronen’ (tot het eind van 2006). Binnen de beide kernfysicaprogramma’s wordt zowel experimenteel als theoretisch onderzoek gedaan. Naast fundamentele kernfysica-experimenten worden er ook radiobiologie-experimenten met protonenbundels met AGOR gedaan, evenals experimenten met specifieke toepassingen zoals bestralingen van elektronische componenten.

Precisieonderzoek aan stilstaande deeltjes: TRIµP

In 2001 start het FOM-programma TRIµP ( 'Trapped Radioactive Isotopes: µicro-laboratories for fundamental Physics'). Momenteel is de TRIµP-faciliteit onder constructie: bundels van kortlevende radioactieve deeltjes geproduceerd met AGOR worden afgekoeld en ‘gevangen’, om de grenzen van het ‘Standaardmodel’ van de elementaire deeltjes af te tasten. TRIµP combineert kernfysicaonderzoek met technieken uit de atoomfysica. Het programma zal lopen tot 2013. In 2004 werd de dubbele magnetische recoilseparator geïnstalleerd en met succes getest. Andere componenten van de TRIµP-faciliteit werden geïnstalleerd in 2008, toen het programma positief werd geëvalueerd door een internationaal panel.

Concentratie op nieuwe onderzoeklijnen

In 2004 besluitt FOM te stoppen met de steun voor kernfysicaonderzoek en moet het KVI op zoek naar nieuwe onderzoekslijnen en -financiers. In 2007 start een structureel samenwerkingsverband met het Duitse Gesellschaft für Schwerionenforschung (GSI), waarin het KVI bijdraagt aan de toekomstige FAIR-faciliteit, en in het bijzonder aan de experimentele NUSTAR-, PANDA- en HITRAP-faciliteiten en versnellerontwikkelingen. De KVI-activiteiten op het gebied van hadron- en kernfysica verschuiven daardoor van de lokale faciliteit naar internationale samenwerkingsverbanden.

Parallel worden er nieuwe onderzoekslijnen opgezet in de astrodeeltjesfysica en de fysica van leven. De KVI-activiteiten op het gebied van de astrodeeltjesfysica worden ingebed in het nationale FOM-programma ‘De oorsprong van kosmische stralen’ (goedgekeurd tot het eind van 2015). Tegelijkertijd krijgt de theoriegroep van het KVI financiering uit het nationale FOM-programma ‘Theoretische deeltjesfysica in het tijdperk van LHC’ (tot het eind van 2013). Momenteel wordt nog gezocht naar financiering van een nieuwe onderzoekslijn op het gebied van de wisselwerking van straling met materie, waaronder radiobiologie, partikeltherapie, wisselwerking van straling met DNA -moleculen en medische beeldvorming.


Directeuren

Zoals boven genoemd, werd het KVI opgericht en tot 1972 geleid door professor Brinkman. Nadat in 1972 de managementstructuur van het KVI was vastgelegd, nam Rolf Siemssen het directeurschap over, om 18 jaar aan het roer te blijven (1972-1990). Hij werd opgevolgd door Rudi Malfliet (1991-1995) , Muhsin Harakeh (1996-2008), Klaus Jungmann (2009 - 2012), Cees Sterks (2012 - 2013). De huidige directeur van het nieuwe KVI - CART is Ad M. van den Berg.

Laatst gewijzigd:04 februari 2014 13:31
printOok beschikbaar in het: English