|
Page content:
Nederlands
De ganzen achternaBrandganzenonderzoek op Spitsbergen, tekst Jonna Brenninkmeijer
Al 22 jaar brengt RUG-bioloog dr. Maarten Loonen zijn zomer door in het noordpoolgebied. Vanuit het ‘noordelijkste dorp van de wereld’, Ny-Ålesund, bestudeert hij het broedgedrag van brandganzen. Deze vogels vliegen iedere lente van Schotland naar Spitsbergen om hun jongen groot te brengen. Vervolgens vliegen ze weer terug om aan de strenge winter op Spitsbergen te ontsnappen. Waarom blijft die brandgans niet gewoon zomeren op zijn overwinteringsplek? En over welke drijfveren beschikt Loonen om ieder jaar achter de ganzen aan te vliegen?
Acht weken per jaar is Loonen een poolonderzoeker die ’s nachts met een aluminium bootje tussen gletsjers en ijsblokken vaart op zoek naar ganzennesten. Hij draagt daarbij een survivalpak, heeft een walkietalkie bij zich, om collega’s te kunnen alarmeren, en houdt lichtkogels en een geweer binnen handbereik om een eventuele ijsbeer weg te jagen. ‘Het is daar zo anders, maar toch ook zo mijn leven. Ik leef in een onderzoeksdorpje dat op het gebied van poolonderzoek een soort centrum van de wereld is. Dat gaat niet alleen over ganzen, maar ook over klimaatonderzoek, gletsjers, rendieren, ijsberen, politiek. Dat is fantastisch. En als ik ’s avonds uit mijn hutje stap, zijn de ganzen voor mijn neus bezig met overleven. Op dertig meter van mijn bed worden de kuikens door vossen weggegeten. Het is gelukkig niet vaak gebeurd, maar er is wel eens een ijsbeer langs mijn raam gelopen.’ Het Noorse onderzoeksdorp Ny-Ålesund, zo vertelt Loonen, wordt gerund als een schip. Veel activiteiten worden gezamenlijk georganiseerd en eten kan alleen op vaste tijden in het restaurant. Voor Loonen is dat lastig. Op Spitsbergen is het in de zomer weliswaar continu licht, maar de ganzen zijn toch vooral ’s nachts actief. ‘Het liefst werk ik daarom ’s nachts, maar dan mis ik al het eten.’ Tot een paar jaar terug kookte Loonen zelf en sliep tussen 8.00 en 16.00 uur. Zelf koken is tegenwoordig niet meer toegestaan en daarom moet hij nu om twaalf uur op voor de middaglunch. Jammer, vindt Loonen. Niet alleen omdat hij tijdens zijn ontbijt niet meer met Noorse collega’s kan borrelen, maar vooral omdat hij ’s ochtends tussen vier en zeven niet wakker kan blijven. ‘Terwijl dat het stilste moment is en er de meeste ganzen in het dorp zijn.’
Familiedrama’s Loonen is zeer begaan met zijn brandganzen. ‘Het zijn natuurlijk wilde ganzen, maar soms verspreek ik me en zeg ik “het zijn míjn ganzen”.’ Doordat hij al jarenlang ganzen vangt, ringt en volgt, kent hij hen goed. ‘Ik werk met individuen en de lettercode die we ze op de ring meegeven, is hun naam. Ik weet wie ik van het nest kan tillen en wie er als eerste broedt. Ik weet dat Groen LJC in 1992 is geboren en dat ik hem tot 2002 vier keer heb gevangen en gemeten.’ De gegevens van Groen LJC en alle andere 1500 brandganzen verzamelt Loonen in tabellen: een soort burgerlijke stand voor ganzen. Hierin kan hij terugvinden welke gans, wanneer, in welke toestand en met hoeveel jongen is gesignaleerd. Hele familiedrama’s over ganzen die hun jongen verliezen of kuikens die geadopteerd worden, vallen in de statistieken terug te lezen. ‘Dat is toch fascinerend? Zo heb ik kunnen berekenen dat vroege jongen meer kans hebben om te overleven. Als je laat geboren wordt, is veel gras al weggegeten, waardoor de ganzen uitwijken naar gevaarlijkere gebieden. En de kleinste gansjes met de kortste beentjes zijn de eerste slachtoffers van poolvossen.’
Vogelgriepvirussen Sinds de aanvang van zijn promotieonderzoek in 1990 deed Loonen achtereenvolgens onderzoek naar het gedrag, de aantallen, de predatie en momenteel de ziekten onder arctische brandganzen. Uiteindelijk wil hij een antwoord krijgen op de vraag waarom deze vogels 3000 km naar Spitsbergen vliegen. Noodzakelijk is de risicovolle overtocht namelijk niet; ook elders in Europa broedt de brandgans goed. ‘Een brandgans heeft een hoge kwaliteit gras nodig. De oude hypothese luidde dat brandganzen het voorjaarsgras volgden, de zogenoemde groene golf. Maar tegenwoordig gebruiken we kunstmest en is op veel meer plekken, waaronder in Nederland, goed gras. Toch blijft de arctische gans naar Spitsbergen vliegen en zijn de meer zuidelijk broedende brandganzen nakomelingen van vogels die de tocht wegens zwakte niet konden ondernemen. Zijn het dan domme gansjes? Ik denk het zeker niet, maar brandganzen blijken wel de beslissingen van hun voorouders te volgen. Waarom?’ Loonen heeft de volgende drie hypotheses: Door extreme weersomstandigheden in de winter komt het voor dat alle predatoren op Spitsbergen worden uitgeroeid, waardoor de ganzenkuikens die zomer in grote aantallen overleven. Of: Door het continuüm aan licht, kunnen kuikens eten en slapen wanneer ze willen en daardoor groeien ze sneller dan de Europese brandgans. En de hypothese die Loonen momenteel onderzoekt: Het klimaat op Spitsbergen is gezonder, omdat ziekteverwekkers, waaronder vogelgriepvirussen, moeilijk overleven. ‘Zo hoop ik aan te tonen, dat brandganzen naar Spitsbergen vliegen, omdat ze daar voordeel uit halen ten opzichte van de zuidelijk broedende brandgans.’
Eerder sneeuwvrij Een belangrijke reden dat poolonderzoek veel aandacht krijgt, zijn de recente ‘warme jaren’. Loonen vertelt dat gletsjers de afgelopen jaren 2 tot 3 km zijn teruggetrokken. De fjord waar hij vanuit zijn hutje op uitkijkt, groeit in de winter niet meer dicht met ijs. En de brandganzen broeden eerder. ‘Dat is heel vreemd voor een gans. De eerste jaren dat ik onderzoek deed, werd het eerste jong altijd op 29 juni geboren. Een gans legt geen eieren in de sneeuw. Ganzen die te vroeg op Spitsbergen aankwamen, konden in het verleden hun eieren niet kwijt. Ik denk dat het tegenwoordig eerder sneeuwvrij is waardoor vroege ganzen nu wel kunnen leggen. In ieder geval is de broedperiode tien dagen vervroegd en moet ook ik tien dagen eerder die kant op. De ganzen achterna.’ Dit artikel is eerder verschenen in Broerstraat 5, december 2007 Foto's Ronald Visser
|
Associative links:
|
||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||
Current section:
Polar research |
|||||||||||||||||||