Als je AIDS wilt oplopen, kun je dat het beste doen in de westerse wereld. Door de uitstekende medische voorzieningen en de beschikbaarheid van steeds betere medicijnen is in een land als Nederland het aantal doden als gevolg van AIDS minder dan 100 per jaar.
[1]
Wereldwijd is dat getal dramatisch hoger. In 2004 stierven er meer dan 3 miljoen mensen aan AIDS, onder wie 500.000 kinderen jonger dan 15 jaar.
[2]
Het merendeel van deze doden viel in ontwikkelingslanden: levens die gered hadden kunnen worden met anti-virale medicijnen.
Het zijn verbijsterende getallen en de vraag dringt zich dan ook op: waarom zijn er voor deze mensen geen medicijnen beschikbaar?
Verenigingen als Artsen zonder grenzen en WEMOS denken dat medicijnen simpelweg te duur zijn – en dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de huidige patentwetgeving. De farmaceutische industrie vindt daarentegen dat er niets met die wetgeving aan de hand is, en dat het gebrek aan geneesmiddelen in ontwikkelingslanden heel andere oorzaken heeft.
Patentwetgeving
Een boel landen hadden tot voor kort helemaal geen goede patentbescherming. India was zo’n land: zonder enig probleem kon een geneesmiddelenproducent daar merkloze (generieke) kopieën van gepatenteerde merkproducten maken – die bovendien een stuk goedkoper waren dan het origineel.
Cipla is een voorbeeld van een Indiaas bedrijf dat hierdoor uit kon groeien tot een bloeiende onderneming. Dit bedrijf
[3]
, actief sinds 1935, begon in 2000 met het produceren van generieke anti-virale middelen tegen een kostprijs van 350 dollar per patiënt per jaar. Een vrij laag bedrag als je bedenkt dat de patenthoudende producenten in die tijd voor diezelfde middelen zo’n 10.000 dollar rekenden.
Door Cipla werd grootschalige AIDS-bestrijding in ontwikkelingslanden opeens een reëele (lees: betaalbare) optie. Een andere gunstige ontwikkeling die Cipla in gang heeft gezet is de drastische prijsverlaging van gepatenteerde merkmedicijnen. Deze kosten in een ontwikkelingsland meestal nog maar een paar honderd dollar per patiënt per jaar (maar generieke producenten blijven het goedkoopst).
[4]
In januari 2005 is hier echter verandering in deze situatie gekomen. India heeft, net als alle andere landen die aangesloten zijn bij de WHO, namelijk in 1995 een verdrag (TRIPS
[5]
) ondertekend waarin staat dat ze binnen 10 jaar patentwetgeving en –bescherming moeten introduceren. (Rijke landen als Nederland kregen een jaar om te voldoen aan TRIPS, de allerarmste landen in de wereld mogen, wat farmaceutische patenten betreft, nog tot 2016 wachten. Er zijn ook landen die TRIPS later ondertekend hebben, waardoor ze ook pas later patentwetgeving hoeven in te voeren.)
Dit betekent niet dat generieke producenten in landen als India helemaal geen gepatenteerde medicijnen meer mogen maken: geneesmiddelen die voor 1995 zijn gepatenteerd mogen nog steeds vrijelijk geproduceerd worden. Gelukkig zijn een heleboel anti-virale middelen voor dat jaar gepatenteerd: deze kunnen dus nog steeds op de markt gebracht worden door de generieke producenten. Mocht er een geneesmiddel zijn, gepatenteerd na 1995, dat essentieel is voor de volksgezondheid, dan kan een land een ‘afgedwongen licensie’ afgeven – er kan dus dan een goedkope, generieke versie van een gepatenteerd merkmedicijn gemaakt worden, zonder instemming van de patenthouder.
[6]
Op het eerste gezicht lijkt dit een patente regeling. Toch hebben verenigingen als AzG
[7]
ernstige bezwaren tegen TRIPS. Volgens hen is het invoeren van een afgedwongen licensie veel te complex is en dus in de praktijk zelden zal gebeuren.
[8]
En bovendien heeft een afgedwogen licensie ook nog eens politieke gevolgen: producenten zullen minder snel in een land investeren als zij hun producten kopiëert. Ze zien de generieke productie van middelen als Combivir (een zeer effectief anti-viraal middel dat gepatenteerd is na 1995) dan ook somber in.
[9]
AzG vindt verder dat de farmaceutische industrie het vertrouwen in generieke medicijnen ondermijnt door “onjuiste en onverwantwoordelijke publiekscampagnes.” Terwijl de productie van generieke medicijnen erg belangrijk is geweest voor het omlaag brengen van de prijzen (zie het succes van Cipla).
[10]
De farmaceutische industrie
Bij de farmaceutische industrie is TRIPS een stuk populairder. Patentwetgeving stimuleert immers innovatie en economische ontwikkeling. En TRIPS zal de bestrijding van ziektes als AIDS heus niet in de weg staan. De afwezigheid van anti-virale middelen in arme landen wordt, volgens de industrie
[11]
, vooral veroorzaakt door een gebrekkige infrastructuur, slechte organisatie, tekort aan geld en het ontbreken van politieke wil. Het gesteggel rond patenten leidt alleen maar af van deze werkelijke oorzaken.
[12]
En ondertussen doet de farmaceutische industrie, naar eigen zeggen, ongelooflijk veel aan AIDS-bestrijding en hulp aan ontwikkelingslanden. Zo biedt GlaxoSmithKlein (een bedrijf met een omzet van 28 miljard euro) haar anti-virale en anti-malaria medicijnen in arme landen tegen kostprijs aan. Ook is dit bedrijf betrokken in allerlei anti-AIDS projecten en heeft zij vrijwillig licensies (voor het produceren van anti-virale medicijnen) afgegeven aan een aantal Afrikaanse landen.
[13]
Deze landen mogen dus van GSK generieke varianten van deze middelen produceren.
Over de afgedwongen licensies is de industrie over het algemeen niet enthousiast. Ze vindt bijvoorbeeld dat een land als Brazilië, waar veel afgedwongen licensies voor anti-virale middelen zijn afgegeven (waardoor deze middelen kosteloos verstrekt kunnen worden), rijk genoeg is om gepatenteerde merkproducten aan te schaffen. De industrie doet er dan ook alles aan om dit beleid terug te draaien.
Zoals Harvey E. Bale, directeur van de IFPMA (de internationale federatie van farmaceutische bedrijven), het uitdrukt: “Het invoeren van een afgedwongen licensie zal geen patiënten helpen. Bedrijven stellen hun producten nu al voor sterk gereduceerde prijzen beschikbaar. Een afgedwongen licensie zou bij bedrijven de indruk wekken dat Brazilië geen prijs stelt op samenwerking met farmaceutische bedrijven om de problemen op te lossen in de Braziliaanse gezondheidszorg.”
[14]
Verder bestaat er de angst bij de farmaceutische industrie dat producenten van generieke
medicijnen in landen als Brazilië de patentwetgeving alleen maar willen ontduiken omdat ze simpelweg gemakkelijk winst willen maken. Jean Pierre Garnier, directeur van GlaxoSmithKlein: “Ik zeg dat de armste landen in de wereld – en er is een lijst samengesteld door de WHO – de mogelijkheid moeten hebben om patenten te negeren. Daar ben ik voor, als het gaat om ziektes die de problemen in hun gezondheidszorg veroorzaken. […] Waar ik het niet mee eens ben is dat patenten genegeerd worden in China, in India enz., en dat deze bedrijven grote winsten kunnen maken door het illegaal exploiteren van de ontdekkingen die we gedaan hebben in Europa en de VS. […] Dat is niet eerlijk.”
[15]
[1]
http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o2032n16938.html
[2]
http://www.unaids.org
[3]
http://www.guardian.co.uk/aids/story/0,7369,898056,00.html
[4]
http%3A//www.accessmed-msf.org/documents/untanglingtheweb%25208.pdf&ei=fLz4QurcC8riQZ_ayfQN
[5]
http://www.wto.org/english/thewto_e/whatis_e/tif_e/agrm7_e.htm
[6]
http://www.avert.org/generic.htm
[7]
http://www.doctorswithoutborders.org/pr/2005/01-27-2005.htm
[8]
http://www.msf.be/nl/terrein/landen/azie/india_news_08.shtml
[9]
http://www.avert.org/generic.htm
[10]
http://www.doctorswithoutborders.org/pr/2005/01-27-2005.htm
[11]
http://www.ifpma.org/Issues/issues_intell.aspx
[12]
http://www.ifpma.org/News/SpeechDetail.aspx?nID=8
[13]
http://www.gsk.com/corporate_responsibility/Downloads/CR_access_medicines.pdf
[14]
http://www.ifpma.org/News/NewsReleaseDetail.aspx?nID=3120
[15]
http://www.guardian.co.uk/aids/story/0,7369,897344,00.html