Skip to ContentSkip to Navigation
Expertisecentrum HealthwiseOnderdeel van Rijksuniversiteit Groningen

Expertisecentrum Healthwise

Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Expertisecentrum HealthwiseOnderzoek

Promotieonderzoeken

Promotion tracks


Bart Noort
Financiële prikkels in de zorg voor chronisch zieken
Status: In uitvoering

Wat betreft de toeleveringsketens in de zorg voor chronisch zieken doen patiënten een beroep op meerdere zorgaanbieders. Het verbeteren van de manier waarop deze aanbieders de taken verdelen en met elkaar samenwerken blijft een uitdaging en biedt ruimte voor verbetering van de kwaliteit en de resultaten van de zorg. In dit project zoeken we uit hoe een inkoper van zorg (zorgverzekeraar) zijn unieke positie in de toeleveringsketen kan gebruiken om het zorgaanbod voor COPD-patiënten te verbeteren. Wij willen begrijpen hoe financiële prikkels door de zorginkoper van invloed zijn op de taakverdeling en samenwerking tussen medisch specialisten, huisartsen en andere zorgaanbieders in de COPD-keten. Bovendien onderzoeken we de rol van contractuele en relationele bestuursmechanismen in de relatie tussen de inkoper en de aanbieders. Door een longitudinale casestudie uit te voeren verwachten we een diepgaand inzicht te krijgen in de rol van de inkoper in de toeleveringsketen en hoe deze rol van invloed is op de toekomstige kwaliteit en resultaten van de zorg.


Oskar Roemeling
Lean voorbij de verspilling; op weg naar een vermindering van variabiliteit en buffers in de gezondheidszog
Verdedigd op: 09-06-2016

'Being Lean' is populair geworden als systeem van procesverbetering in de gezondheidszorg. Vermindering van verspilling wordt beschouwd als de kern van de 'Lean'-aanpak. Naast vermindering van voor de hand liggende verspilling wordt van Lean-initiatieven ook een beperking van de variabiliteit en de daaruit voortvloeiende buffers verwacht. Variabiliteit kan verdeeld worden in natuurlijke en kunstmatige variabiliteit. De laatstgenoemde categorie komt voort uit het eigen handelen van een persoon en dient verminderd te worden. Variabiliteit leidt in het algemeen tot buffervorming, maar in de gezondheidszorg komen vooral tijd- en capaciteitsbuffers voor. Naast deze genoegzaam bekende buffertypen legt dit proefschrift ook de rol van een nog onverkend buffermechanisme bloot door middel van aanpassingen van doorlooptijden.

De bevindingen in dit proefschrift leveren een bijdrage aan het fundament van de Lean-theorie en zijn gebaseerd op vier onderzoeksprojecten waarin onderzoek werd gedaan naar de rol van variabiliteit en buffers - uitgekristalliseerde Lean-aspecten - in een Lean-context. Hoewel in het eerste project een groot aantal interventies zijn onderzocht, blijken slechts enkele daarvan de variabiliteit te beperken en de doorlooptijd te verkorten. In plaats daarvan wordt de aandacht van de interventies verschoven naar de vermindering van specifieke soorten voor de hand liggende verspilling. Desondanks blijkt kennis van de rol van variabiliteit en buffers het blikveld van de interventies te verruimen. In deze dissertatie worden verschillende mogelijkheden voor verbetering van Lean-toepassingen in de gezondheidszorg aangegeven.


Raun van Ooijen
Gedrag van de wieg tot het graf onder zekere omstandigheden; opstelen over spaargeld, hypotheken en gezondheid
Defended on: 21-01-2016

Huishoudens moeten bij het nemen van beslissingen op financieel gebied oog hebben voor diverse bronnen van onzekerheid. Sommige onzekerheden zijn in de nasleep van de financiële crisis van 2007-2008 groter geworden en het valt niet te ontkennen dat huishoudens zich daardoor misschien bewuster zijn geworden van de onzekerheden waaraan ze het hoofd moeten bieden. Het doel van deze dissertatie is te onderzoeken in hoeverre diverse bronnen van onzekerheid van invloed zijn op financiële beslissingen, in het bijzonder met betrekking tot sparen, portefeuillekeuze en de keuze van financiële producten zoals hypotheken. We laten zien dat onzekerheid over de gevolgen van toekomstig beleid, d.w.z. de beperking van de hypotheekrenteaftrek, huishoudens ertoe brengt meer te sparen dan het optimale bedrag om mogelijke financiële tegenvallers op te vangen. Verder tonen we aan dat financieel minder ontwikkelde huishoudens, die de complexiteit van hypotheekleningen niet helemaal begrijpen, vaak minder riskante hypotheken uitkiezen, tenzij ze een hypotheekadviseur raadplegen. Aan de hand van gedetailleerde belastinggegevens laten we zien dat ouderen over het algemeen welvarend zijn, maar niet ontsparen. Dit staat in contrast met de voorspelling in de levenscyclustheorie over sparen en kan niet worden verklaard door onzekerheid over inkomen of te maken medische kosten. Gezondheid speelt een belangrijke rol bij het verklaren van welvaartsverschillen tussen huishoudens. Aan de hand van 'zelfgerapporteerde gezondheid' gekoppeld aan objectieve gezondheidsmaatregelen uit medische documentatie laten we zien dat gezondheid langer voortduurt en sneller achteruitgaat op hogere leeftijd dan uit subjectieve gezondheidsmaatregelen alleen kan worden opgemaakt. We tonen verder aan dat een zwakke psychische gezondheid gecombineerd met een ongezonde levensstijl (roken en overgewicht) een belangrijke factor is bij het ontstaan van langdurige ziekten van zelfstandigen (met een inkomensverzekering).


Evelien Hage
Hoe kan onlinecommunicatie de sociale verbondenheid van ouderen bevorderen? Uitvoering en knelpunten bij de toepassing

Verdedigd op: 24-09-2015

Vaak wordt aangenomen dat onlinecommunicatie de sociale verbondenheid van ouderen kan bevorderen, maar in voorgaande studies zijn daarvoor twee belemmeringen aangegeven. Allereerst zijn ouderen vaak late beslissers ('late adopters'), of achterblijvers. Dit roept de vraag op hoe de onlinecommunicatiemiddelen doorgevoerd kunnen worden binnen een populatie die zich over het algemeen niet zo snel bij de trend aansluit. In de tweede plaats is er discussie over de effecten van onlinecommunicatie op sociale verbondenheid bij ouderen. In deze dissertatie worden beide knelpunten aan de orde gesteld door middel van een multi-methodonderzoek naar een project waarin onder de ouderenpopulatie van drie dorpen in Noord-Nederland onlinecommunicatiemiddelen worden geïntroduceerd. In dit proefschrift wordt onderbouwd dat in de eerste plaats voorzichtigheid is geboden bij het doen van generieke investeringen in, en het bevorderen van, onlinecommunicatie met het doel de sociale verbondenheid van oudere achterblijvers te bevorderen. In de tweede plaats versterkt de inzet van onlinecommunicatiemiddelen sociaaleconomische ongelijkheid wanneer er geen interventies plaatsvinden die tot doel hebben al bestaande sociaaleconomische structuren te veranderen. Ten derde heeft onlinecommunicatie vaak een disproportioneel negatief effect op oudere minvermogenden, doordat mensen met een groot netwerk van dit soort communicatie profiteren en geïsoleerde ouderen erdoor geschaad worden. In de vierde plaats is er, om het effect van onlinecommunicatie op de sociale verbondenheid van achterblijvers te begrijpen, een situationeel veranderingsperspectief op de acceptatie (‘adoptie’) van deze soort communicatie nodig dat verder gaat dan vaststelling van de ‘adoptiefactoren’. Ten slotte worden er introductie- en adoptiemechanismen voorgesteld die de ‘aanstuurders’ kunnen gebruiken om plaatselijke veranderingen te stimuleren.


Stefanie Salmon
Gezondheid en impulsieve keuzes. Verkenning van gebrekkige zelfbeheersing en de consequenties daarvan voor voedingskeuzes
Verdedigd op
: 17-09-2015

Impulsieve neigingen in verband met verleidingen lijken soms sterker te zijn dan verstandige overwegingen. Mensen zwichten voor een verlokkelijk dessert, ze blijven lang in bed liggen en komen te laat op hun werk of ze schreeuwen tegen iemand op wie ze boos zijn. Dit gebrek aan zelfbeheersing wordt vaak toegeschreven aan een verminderd vermogen dan wel een verminderde bereidheid zich te beheersen. Nadat mensen zich eens een keer beheerst hebben (ze hebben bijvoorbeeld emoties onderdrukt om niet onbeleefd te zijn), zijn ze minder goed in staat of bereid om dat bij een andere gelegenheid ook te doen (bijvoorbeeld de verleiding weerstaan nieuwe schoenen te kopen, omdat ze moeten bezuinigen). De toestand die het gevolg is van dit beschadigde vermogen zich te beheersen nadat men zich een aantal keren wel beheerst heeft, wordt egodepletie genoemd. In het eerste gedeelte van dit proefschrift wordt de aandacht gericht op iets wat aan het egodepletie-effect voorafgaat. We tonen aan dat mensen verschillend zijn in hun gevoeligheid voor ego-verminderende taken en situaties en dat, als gevolg daarvan, sommige individuen beter in staat zijn zich herhaaldelijk te beheersen dan anderen. In het tweede deel van deze dissertatie hebben we een kanttekening willen plaatsen bij een consequentie van verlies van zelfbeheersing. We hebben laten zien dat egodepletie, in strijd met het heersende standpunt over de negatieve gevolgen van het ontbreken van zelfbeheersing, niet noodzakelijkerwijs tot ongezonde keuzes hoeft te leiden. Impulsieve voedselkeuzes in omstandigheden waarin er weinig zelfbeheersing is, kunnen in de richting van gezonde keuzes gestuurd worden door gezond voedsel te associëren met zg. ‘social cues’ (sociale hints). Toepassing van deze social cues op voedingsmiddelen in dagelijkse aankoopsituaties zou een nieuwe, veelbelovende manier kunnen zijn om gezonde voedselkeuzes uit te lokken.


Monique Eissens-van der Laan
De haalbaarheid van modulariteit bij de vormgeving van professionele dienstverlening. Op weg naar persoonsgerichte zorg tegen lage kosten
Verdedigd op
: 25-06-2015

Vele dienstverlenende organisaties, vooral zorginstellingen, worden voor de uitdaging gesteld om te voldoen aan de diverse en complexe eisen die cliënten stellen en tegelijkertijd de kosten tot het minimum te beperken. De laatste tijd is er veel aandacht voor het managementconcept modulariteit als een manier om persoonsgerichte zorg te bieden tegen lage kosten. Het inzicht in wat een module in een dienstenpakket precies is en hoe een modulair professioneel dienstenpakket op de juiste wijze vormgegeven moet worden, is slechts beperkt. Deze dissertatie start met een theoretische analyse van de literatuur, waarbij gezocht wordt naar conceptuele helderheid over het begrip dienstverleningsmodulariteit, en geeft zes manieren aan waarop een dienstenpakket in modules opgedeeld kan worden. Vervolgens wordt een vormgevingstraject voor dienstverleningsmodulariteit beschreven dat uit twee fasen bestaat. In de eerste fase werd een segmentatieonderzoek in de gezondheidszorg uitgevoerd, waarbij een 'finite mixture model' gehanteerd werd om ouderen op basis van hun bewezen biopsychosociale behoeften in vijf segmenten te groeperen. In de tweede fase ontwikkelde een multidisciplinaire groep beroepskrachten aan de hand van de uitkomsten van het persoonsgerichte segmentatieonderzoek een pakket zorg- en dienstverleningsmodules. Tot slot werden in een meervoudige casestudie diverse modulaire professionele servicearchitecturen benoemd, alle met hun eigen merites. Dit laatste element belichtte de rol van raakvlakken in modulaire vormgeving als ook de grenzen aan de toepassing van modulariteit in de professionele dienstverlening. Bij de uiteenzetting van de onderliggende centrale vormgevingskeuzes onderstreep ik dat de vormgeving van modulaire dienstverlening niet iets is wat 'zomaar gebeurt' of zich langzaam ontwikkelt. In dit proefschrift wordt aangetoond wat de invloed van vormgevingskeuzes binnen een modulair ontwerp is op hoe persoonsgerichte variëteit en kosten in evenwicht worden gehouden.


Katrin Reber
Studies naar farmaceutische markten
Verdedigd op: 07-02-2013

De farmaceutische markt is een complex systeem waarin diverse deelnemers elkaar ontmoeten en die voortdurend verandert: er komen nieuwe medicijnen op de markt, volksgezondheidsproblemen worden opnieuw beoordeeld en richtsnoeren van de overheid veranderen.

Het doel van dit proefschrift is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe en relevante kennis over marketing op het gebied van gezondheidszorg en farmacie. In Hoofdstuk 2 onderzoeken we welke product-, winkel-, klant- en concurrentie-eigenschappen de toonbankverkoop in een 'gewone apotheek' bevorderen. We constateren dat het assortiment en promotieacties doorslaggevend zijn voor de resultaten van de apotheek. De uitkomsten duiden er verder op dat factoren als de soort winkel en de locatie die bepalend zijn voor traditionele winkels, misschien minder van belang zijn voor apotheken.

In Hoofdstuk 3 en 4 maken we een inschatting van het effect van 'Direct Healthcare Professional Communications' (DHPC's) op het gebruik van nieuwe geneesmiddelen. De helft van de medicijnen waarvoor een DHPC is verzonden, wordt gedurende een korte termijn minder gebruikt, maar op de lange termijn treedt er slechts voor een klein gedeelte van de medicijnen met een DHPC een aanzienlijke vermindering van het gebruik op. Bovendien varieert het effect van een DHPC op het gebruik van medicijnen sterk, afhankelijk van de kenmerken van het medicijn en de DHPC.

Het innovatiesucces van medicijnen hangt af van hoe snel een nieuw medicijn wordt ingezet door hoeveel voorschrijvers. In Hoofdstuk 5 analyseren we de wisselwerking tussen de stadia in dit proces, marketinginspanningen en de eigenschappen van de arts bij het voorschrijven van medicijnen. Er blijken aanzienlijke verschillen te zijn tussen artsen wat betreft hun geneigdheid bepaalde medicijnen voor te schrijven en hun gevoeligheid voor details. Deze verschillen kunnen in verband worden gebracht met de eigenschappen van artsen en het stadium van het adoptieproces waarin ze verkeren. De uitkomsten van onze analyses kunnen marketingmanagers op het gebied van farmaceutische producten helpen artsen gerichter te benaderen.


Sara Kremer
Onderzoek naar de effectiviteit van uitgaven voor promotieactiviteiten ten behoeve van farmaceutische producten
Defended on: 11-02-2010

In dit proefschrift wordt onderzocht wat de effectiviteit is van promotieacties ten behoeve van farmaceutische producten. In verschillende studies wordt geprobeerd deze effectiviteit te bepalen, maar het blijft moeilijk, zo niet onmogelijk, algemeen geldende conclusies te trekken. Meta-analytische bevindingen zijn dat de promotie-elasticiteit van farmaceutische producten gering is en verschillend is al naar gelang de gebruikte promotie-instrumenten. De effecten van instrumenten die gericht zijn op voorschrijvers (DTP) zijn groter dan die van instrumenten die gericht zijn op consumenten (DTC), maar de relatieve effectiviteit van DTP-instrumenten hangt af van de ziektecategorie. In studies waarbij de prijs als onafhankelijke variabele in de modellen is opgenomen, blijkt de elasticiteit groter, terwijl de elasticiteit lager blijkt te zijn in studies waarin voor endogeniteit gecontroleerd wordt. Nieuwe empirische resultaten zijn gebaseerd op een grote databank en controleren voor endogeniteit en heterogene parameters over twee regimes. De prijs laat het verwachte negatieve teken zien, DTC-reclame heeft een negatief teken en het DTP-instrument heeft het verwachte positieve teken. De effecten van beide soorten reclame zijn groter tijdens de marktontwikkelingsperiode dan in de introductieperiode. Het blijkt dat voorschrijvers minder prijsbewust zijn wanneer de DTC-investeringen hoger zijn. De gelijktijdige inzet van beide instrumenten heeft een positief effect op de verkoop.

Laatst gewijzigd:28 september 2017 15:32
printOok beschikbaar in het: English
Volg ons optwitter linkedin