Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Godgeleerdheid en GodsdienstwetenschapNieuwsarchiefNieuws in 2012

Polinder: Westen debet aan escalatie conflict met Iran

Vrijheidsbeeld
Het vrijheidsbeeld, foto RD, Henk Visscher
Een wijziging van het westerse denken over religie en politiek kan leiden tot een nuchtere en realistische benadering van het nucleaire streven van Iran, stelt Simon Polinder MA, promovendus bij de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen en momenteel als fellow verbonden aan het Berkley Center for Religion, Peace and World Affairs aan Georgetown University in Washington DC.

De dreigende houding van het Westen ten opzichte van Iran begint in een stroomversnelling te raken. Het land is inmiddels onderhevig aan strenge sancties, president Obama heeft benadrukt dat hij eventueel militair optreden niet uitsluit en minister-president Netanyahu geeft aan dat Israël zich het recht voorbehoudt zich militair te verdedigen. Waarom wordt in het geval van Iran militair ingrijpen steeds onvermijdelijker, terwijl dit niet het geval zou zijn geweest als bijvoorbeeld Canada een kernwapen zou ontwikkelen?

Ten dele is dit het gevolg van uitspraken van Ahmadinejad waarmee hij dreigt Israël van de kaart te vegen. De vrees is dat Iran deze woorden kracht zal bijzetten zodra hij in het bezit is van kernwapens.

Wat het echter voor veel mensen uit het Westen des te ernstiger maakt, is dat Ahmadinejad zijn politiek regelmatig met religieuze uitspraken onderbouwt. Zo sloot hij in 2005 zijn toespraak bij de Verenigde Naties af met een oproep tot Allah om de verschijning van de twaalfde imam Mahdi te bespoedigen, omdat die de wereld van onrecht zal ontdoen.

In 2008 beweerde Ahmadinejad dat imam Mahdi de dagelijkse werkzaamheden van zijn regering ondersteunt. Het feit dat Ahmadinejad geld heeft gereserveerd voor de terugkeer van de twaalfde imam laat zien dat hij bereid is religieuze ideeën in daden om te zetten.

Bijbel

De meeste mensen in het Westen onderschrijven een bepaalde vorm van secularisme waarin het politieke van het religieuze wordt onderscheiden, dan wel gescheiden. Omdat deze vormen van secularisme het Westen kenmerken en het denken van het Westen structureren, wordt elke afwijking ervan als gevaarlijk of irrationeel gezien.

Zo ook ten aanzien van Iran. Dit is echter onterecht en staat een nuchtere en realistische benadering van het conflict in de weg.

Allereerst zijn het religieuze en het politieke in Iran wel degelijk onderscheiden, alleen niet op de manier zoals wij dat in het Westen gewend zijn. Zo kan Ahmadinejad worden gezien als de politieke loopjongen van de hoogste religieuze leider. Het is echter niet terecht om Iran als een theocratie te omschrijven. Beter is het om te spreken van religieus monisme; het politieke domein staat weliswaar onder beheersing van het religieuze domein, maar heeft wel degelijk eigen autonomie. De recente spanningen tussen Ahmadinejad en Khameini laten dat zien.

Begrijpelijk

Ten tweede is het onterecht om islamitische uitingen als irrationeel te beschouwen die om die reden dienen te worden gescheiden van politiek beleid. Het Westen vergeet namelijk dat veel van zijn ideeën in de politiek in feite geseculariseerde religieuze ideeën zijn.

Zo is het maar de vraag of de invloed van Ahmadinejads religieuze ideeën wel zo veel gevaarlijker is dan de invloed van bijvoorbeeld het geseculariseerde heilsstreven van de Verenigde Staten.

Het aan de Bijbel ontleende idee dat Amerika een voorbeeldige stad op een berg zou zijn voor de wereld, is nooit bedoeld als een aansporing om andere landen naar Amerika’s model te vormen. Toch heeft Amerika voortdurend de neiging dat wel te doen, zij het onder het mom van ”freedom” dan wel „making the world safe for democracy” (de wereld veilig maken om democratie te laten overleven).

Dat betekent niet dat bepaalde ideeën niet redelijker kunnen zijn dan andere opvattingen, alleen loopt dat onderscheid niet langs de scheidslijn van religie en seculariteit. Zowel het seculiere als het religieuze streven om anderen te willen modelleren, kan in de politiek een desastreuze uitwerking hebben.

Dit betekent dat het Westen zijn analyse van het gevaar in Iran niet moeten laten vertroebelen door een voor hem wezensvreemde manifestatie van religie. Dat neemt niet weg dat Irans optreden nog steeds gevaarlijk kan zijn, alleen is Iran daarin niet anders dan elke andere staat.

Iran heeft dan ook heel begrijpelijke redenen om een kernwapen te willen. Het heeft een instabiel buurland waar het al eerder mee in oorlog is geweest. Het heeft een geïsoleerde positie als sjiitisch land te midden van overwegend soennitisch landen. Verder bezitten andere landen in het Midden-Oosten, zoals Israël, ook nucleaire wapens.

En niet onbelangrijk: de Verenigde Staten hebben Iran in het verleden tot de as van het kwaad gerekend en hebben laten zien dat zij in staat zijn tot regimeverandering in Irak.

Apocalyptisch

Een kritische revisie van het westerse denken over religie en politiek kan leiden tot een nuchtere en realistische benadering van het nucleaire streven van Iran en wendt daarmee de onvermijdelijkheid van militair ingrijpen af.

Als het Westen er wel voor zal kiezen om militair in te grijpen, vervult het daarmee mogelijk onbedoeld Ahmadinejads religieuze overtuiging dat de terugkeer van de twaalfde imam voorafgaan zal worden door een apocalyptische tijd van chaos en oorlog. Dat zou al te ironisch zijn.

Laatst gewijzigd:19 mei 2016 15:03