Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit Godgeleerdheid en GodsdienstwetenschapNieuwsarchiefnieuws tot 2006

Abou JahJah en Hirsi Ali

Hirsi Ali

Abou JahJah, Hirsi Ali en de dramademocratie

Bron: De volkskrant, 14 december 2002

 

Als volleerde communicatoren benutten Abou JahJah en Hirsi Ali de verschuiving in het samenspel van politiek en media. Zij onderscheiden zich door hun onbevangen theateroptreden.

Door Peter Hofstede

 

In Stijlen van leiderschap onderzocht de historicus Henk te Velde het samenspel van de persoon van de leider en de politiek van zijn tijd. De Franse president De Gaulle noemde hij een voorbeeld van theatraliteit, ‘het tegendeel van de bestuursstijl in Nederland'. Toch zou er volgens hem ook in onze bestuursstijl iets van theatraliteit moeten zijn, om politiek tot een herkenbaar conflict voor gewone mensen te maken. Te Velde’s boek verscheen net te vroeg om Pim Fortuyn in zijn leidersgalerij een plaats te geven. 

Het politieke theater presenteert zich aan het volk via de televisie. De kiezer is een kijker en als kijker verlangt hij emotie en sensatie. Beschikken de bestaan0de politieke partijen over het juiste leiderschap om aan die door de media bepaalde voorwaarden te voldoen?

In plaats van electoraal te scoren, valt men met loze one-liners à la Heinsbroek onherroepelijk door de mand. De demissionaire Nawijn met de doodstraf. Of de broer van Fortuyn die voor de camera zijn jasje uitdoet, zijn stropdas weggooit en de mouwen opstroopt. Zulke fratsen verraden ter plekke iemands onechtheid, zoals de tv ook iemand die te diep in het glaasje heeft gekeken meedogenloos pleegt te ontmaskeren. Het medium televisie maakt of breekt een politicus. Het is precies de gebleken eenmaligheid van een televisiefenomeen als Pim Fortuyn, waardoor de huidige impasse in de politiek ontstond. 

Ondertussen beheersen de problemen van de ‘multiculturele samenleving’ in toenemende mate de headlines en bijgevolg ook de bestuurlijke agenda. Onzichtbaar voor de meesten voltrekt zich iets dat er nog niet eerder was. Een nieuw type politieke leiders is in aantocht, die over een feilloos gevoel beschikken voor wat de Vlaamse socioloog Elchardus de ‘dramademocratie’ noemt, Daarmee bedoelt hij dat politici de capaciteiten dienen te bezitten tot het succesvol opvoeren van een mediaspektakel, maar dan wel met een wezenlijke maatschappelijke inhoud. 

Boven het etnische vulkaangerommel rijzen in Nederland en België twee allochtone mediapersoonlijkheden uit. Behalve een tv geniek voorkomen hebben zij een hoge graad van intelligentie en taalvaardigheid gemeen. Beiden zijn het jonge, afgestudeerde politicologen. Zowel de Somalisch-Nederlandse Ayaan Hirsi Ali als de Libanees-Belgische Dyab Abou Jahjah danken hun komeetachtige opkomst aan de media als aanjagers van de politiek. In de Vlaamse media heet Jahjah Abou en in Nederland noemen we Ali Ayaan. 

De context van hun optreden verschilt. Ayaan richt zich op de bevrijding van moslimvrouwen uit de kluisters van religieuze onderdrukking, verminking en terreur. Zij is eerder een mensenrechten activiste dan strijder voor de maatschappelijke erkenning van een etnische minderheid als zodanig. Abou heeft met zijn Arabisch Europese Liga een beweging opgericht die als een lavastroom het politieke landschap in Europa moet gaan veranderen, te beginnen in Vlaanderen. Naar binnen toe is hij conservatief. Hij wil niet tornen aan de positie van de vrouw in de moslimwereld en van homo’s moet hij niets hebben. 

In beide gevallen mobiliseerde een politieke moord de gemoederen. Abou dankt zijn martelaarschap aan het feit dat hij als ‘demon en held’ door de Vlaamse regering een week lang gevangen werd gezet na de als racistisch ondervonden moord op een jeugdige Marokkaan in Borgerhout, die uitliep op een massale mediahappening. Zijn aanhang bestaat voornamelijk uit Vlaams sprekende, behoorlijk opgeleide maar kansloze moslimjongeren in het Antwerpse, die hij via de media omvormt tot politiek bewuste burgers.  

In het kielzog van de moord op Fortuyn kwam Ayaan als moedige eenling op voor de vrijheid van meningsuiting, met het gevolg dat zij Nederland moest ontvluchten wegens bedreiging met de dood. Omschreven als ‘verleidelijk en streng’ fascineert zij de media. Op het VVD congres te Noordwijkerhout maakte zij haar entree alsof zij zojuist de Miss World-verkiezing had gewonnen. Nog net hoorbaar voor de televisiekijkers verwelkomde Gerrit Zalm haar met ‘Je ziet er mooi uit.' De blijde incomste van Ayaan was het ambitieuze vlagvertoon waarmee de in de peilingen wegzakkende VVD de grootste partij wil worden. ‘Ik ga voor premier’ annonceerde partijleider Zalm in Noordwijkerhout. In een klassiek geworden tv shot riep wijlen Pim Fortuyn al wuivend vanuit zijn limousine tegen wachtende journalisten: ‘Vergis je niet, ik word de nieuwe minister president van Nederland’. 

Zonder Ayaan was de kleurloze liberale leider met zijn blufretoriek nergens geweest. Wat zei Elchardus ook weer over het belang van rituelen voor de tv-camera's als middel tot electoraal succes? Sinds vorige week stijgt de VVD weer in de opiniepeilingen. Ayaans media imago, geladen met symbolische betekenis als erfgename van het LPF gedachtengoed moet de partij op 22 januari aan de overwinning helpen.  

In de NCRV-praatshow Rondom Tien op 12 september had zij zich kritisch uitgelaten over de Nederlandse moslimgemeenschap en de risicomijdende houding van de multiculti’s. Net als Fortuyn destijds noemde zij de islam ‘een achterlijke godsdienst’. Dit verzekerde haar van een prominente plek in de publieke aandacht. Deze, naar ik aanneem weloverwogen, provocatie gevolgd door een ‘polderfatwa’ maakte haar op slag beroemd. 

Het was de trigger voor haar overstap van de PvdA naar de VVD. Haar opmerkelijkste contact bij deze transfer was het befaamde tv echtpaar Neelie Kroes en Bram Peper. Neelie reisde helemaal naar San Francisco om het met de gevierde ballinge op een akkoordje te gooien. Bram vergezelde haar vorige week naar Barend en Van Dorp, waar hij van terzijde vaderlijk toezag hoe zijn pupil zich staande hield tegenover drie haar om het brutaalst tutoyerende presentatoren, stuk voor stuk intellectueel verre haar minderen. Het trio trok de hoog opgeleide voorvechtster van vrouwenemancipatie beurtelings betuttelend, seksistisch dan wel ronduit schofferend over de tafel. Een tenenkrommende vertoning, waarbij het hoogst bezoldigde chagrijn van Nederland, Jan Mulder, hardnekkig bleef doorzeuren over de vraag of Ayaan nu wel of niet het VVD verkiezingsprogramma had bestudeerd voordat ze ja zei. Het was kennelijk zijn vooropgezette bedoeling om haar aan de schandpaal te nagelen als een beginselloze opportuniste. Mulder had niet in de gaten dat zijn agressief geblaf de sympathie van de kijkers voor mevrouw Hirsi Ali en daarmee indirect voor de VVD juist opkrikte. 

Het draait hier om de vraag of de media met hun excessieve aandacht voor Abou en Ayaan wellicht de weg plaveien voor een nieuw type leiderschap in de dramademocratie? De beide topacteurs hebben als kind burgeroorlogen in Afrika en het Midden-Oosten meegemaakt. Die ervaringen hebben hen aan den lijve geconfronteerd met radicale veranderingen op het raakvlak van globalisering en lokale tradities. Als immigranten in West-Europa konden zij deze basisinformatie aanvullen met politiek theoretische kennis op academisch niveau. Beiden hebben zij de nationaliteit van het immigratieland aangenomen, maar hun levensgeschiedenis heeft hen tot wereldburgers gemaakt. Met hun kosmopolitische burgerschap vormen ze een politieke avantgarde, klaar voor een radicale omslag in de wijze waarop politiek aan de burger wordt gebracht. Wij staan aan de vooravond van een volledig nieuw tijdperk waarin de verhouding tussen politiek en media drastisch zal veranderen. 

De uitspraken van Abou en Ayaan, tijdelijk leidend tot inbewaringstelling respectievelijk ballingschap, komen uit hun diepste wezen. De verschuiving in het samenspel van politiek en media benutten zij als volleerde communicatoren. Naar houvast zoekende generaties identificeren zich met hen. Zij zijn de protagonisten van het politieke media-spel, die zich van de gebruikelijke risicomijders onderscheiden door hun onbevangen theateroptreden. Daarbij zijn het jonge en mooie mensen. De theatraliteit van de macht, daar houden de media van.

Peter Hofstede is mediasocioloog

 

Laatst gewijzigd:01 november 2012 17:24