Zaterdag 5 mei verschijnt er in de Volkskrant een interview met prof.dr. G. de Roo onder thema 'Ruimtelijke Agenda'. Zijn stelling hierin is: Regionale Regie is ontbrekende schakel in de modernisering van het Ruimtelijk Beleid. De onlangs door de Faculteit geproduceerde boeken 'Lila en de Planologie van de Contramal' en 'Expeditie Woonlandschappen' zijn uitstekende voorbeelden van een dergelijke regionale regie. Voor meer informatie omtrent deze onderwerpen: www.ruimte-rijk.nl.
Het artikel:
Gert de Roo: ‘De planologie van de toekomst verlangt een sterke, regionale regie’
Het Noorden en andere landelijke gebieden kunnen in klassiek-economisch opzicht nooit concurreren met de Randstad. Wat deze gebieden zo bijzonder maakt is hun specifieke landelijke kwaliteit. Deze kwaliteit is uniek, bedient een woon-, landschap- en leisure-economie, en biedt juist kansen op welvaart in een steeds rijker wordend, vergrijzend Nederland, meent de Groningse hoogleraar planologie Gert de Roo (1963).
Kan de planologie een bijdrage leveren aan ons aller welvaren?
‘Jazeker, als we bereid zijn nieuwe wegen in te slaan. Wat de inrichting van het landschap betreft zitten we in een vacuüm. Sinds de jaren ’60 hebben we het landschap vormgegeven volgens een aantal vaste uitgangspunten. Gelijkheid en functionaliteit waren de kernbegrippen van de planologie. En stad (rood) en land (groen) moesten strikt gescheiden blijven. Maar die manier van denken spreekt niet meer aan. Mensen zijn rijker geworden, ze willen ruimer wonen, ze willen kwaliteit. Tegelijkertijd is er de maatschappelijke vraag hoe we landelijke kwaliteiten kunnen versterken. Hier valt een wereld te winnen. Maar het ontbreekt aan een visie voor de nieuwe tijd die eraan komt. Veel beleidmakershouden vast aan de oude instrumenten, ook al werken die niet meer. Terwijl mensen meer kwaliteit verwachten. Dat bedoelen ze als ze klagen over verrommeling.’
U noemt dat een kans, niet een probleem?
‘Vooral voor het Noorden is het een kans, al geldt het eigenlijk voor het gehele landelijke gebied. Het landschap gaat meer functies vervullen. Er komen minder boerderijen, meer kleine bedrijven, meer recreatie. De landbouw, die van oudsher het landschap bepaalde en beheerde, trekt zich terug. Nu moeten we als samenleving met elkaar in gesprek hoe het landschap eruit moet zien.
‘We kunnen niet terug naar het parklandschap van vroeger. Een project als Esonstad (een nieuw recreatiepark bij het Lauwersmeer, gebouwd als een oud vestingstadje) is geen oplossing. Binnen vijf jaar zit daar de sleet in want het verdraagt zich niet met het landschap. Nee, we moeten op zoek naar nieuwe oplossingen.
‘Ik zie dit als een regionale opdracht. Een breed gedragen, eensluidende visie op een bepaald gebied formuleren, waar alle partijen vervolgens naar handelen. Dat lukt niet op gemeentelijk niveau.’
En ook niet op landelijk niveau?
‘Gelukkig zijn er veel regionale verschillen in Nederland. Dat moet ook hetuitgangspunt zijn. Immers, als Noord Nederland aan dezelfde criteria moet voldoen als de Randstad verliest het steeds weer. Laat ons vooral leren van het international businesspark Friesland, dat zegge en schrijve één assemblagebedrijf aantrok. Durven we regionale kwaliteiten, waaronder het landschap, als uitgangspunt nemen voor de regionale economie? Voor het Noorden heb ik voorgesteld de klassiek planologische kleuren Rood en Groen te vervangen door Lila. Dit staat voor living in leisure-rich areas - wonen in een landelijk gebied vol ontspanningsmogelijkheden. Lila, de kleur van de ontspanningsplanologie, en het laat zich nog vermarkten ook’
Is dat iets voor rijke mensen op leeftijd of kan het ook werkelijk uit?
‘De Randstad heeft internationale allure, dat is zeker. Maar ze kan het niet stellen zonder omringende gebieden die haar aanvullen. Zeeland, de Achterhoek, Kop van Noord Holland zijn complementair. Je kunt het vergelijken met een grote stad die zowel een bruisend centrum als rustieke buitenwijken nodig heeft.
‘Geert Dales, de burgemeester van Leeuwarden, vroeg mij hoe ik zijn stad in 2020 voorzie. Ik zei: IJburg en Almere ontwikkelen zich rond het water, Lelystad wil graag hetzelfde. In de Friese meren worden miljoenen geïnvesteerd. Trek de lijn door en Leeuwarden komt in beeld – rond het thema water een woon-, landschap- en leisure-economie. Het is reeds een realiteit. Alleen… laten we het gewoon gebeuren, of pakken we het op als een kans? ‘We weten zeker dat de meeste mensen rijker zullen worden. Wie weet kopen ze een tweede huis in het Noorden en houden ze een loft aan in Amsterdam. Is dat erg? Je moet niet eens willen proberen om zo’n trend te keren.’
Wat betekent dat voor het landschap?
‘Een taboe uit de klassieke planologie is te wijzen naar het landelijk gebied. Ik durf te stellen dat ingrijpen in het landelijk gebied noodzakelijk is, juist om de kwaliteit ervan te behouden! Er zijn landschappen die gebaad zullen zijn met een regionale wooneconomie. Geef bijvoorbeeld mensen die dat willen de mogelijkheid een landgoed te kopen op voorwaarde dat ze 90 procent openbaar toegankelijk houden. Niet de overheid, maar huiseigenaren beheren zo de omgeving. Interesseer woningcorporaties, zorginstanties en marktpartijen voor landschapsbeheer. Wat betreft visie en regie zal de overheid, en dan vooral de provincie, daarin het voortouw moeten nemen.’
Biedt dit voldoende soelaas voor het niet zo welvarende Noorden?
‘In het Noorden hebben legio Nationale Parken, de Friese Meren, twee duizend jaar oud terpenlandschap, en nog veel meer. Maar wat doen we met al deze kwaliteiten? Niet zo veel. Maar stel nu bijvoorbeeld dat we met dank aan deze kwaliteiten in het Noorden meer zorginstellingen aan ons weten te binden. Laat die instellingen het landschap dan ook beheren.
‘Langs deze nieuwe lijnen zullen we meer en meer moeten gaan denken. Let wel, je moet niet alles weggeven, in tegendeel! De overheid moet de grenzen goed bewaken en een krachtige regie voeren. Maar dan is er oneindig veel mogelijk ten goede, zolang we blijven streven naar kwaliteit.’