|
Page content:
Nederlands
Minor Filosofie 2012-2013ECTS: 30 Code: MIFIFIL InhoudDeze minor biedt studenten een brede en verdiepende orientatie op de hoofdgebieden van de Westerse filosofie. Na een inleidend college over de grote denkers uit het verleden - van Plato tot Kant - volgt een overzicht van filosofische stromingen in de 20ste eeuw. Een apart college maakt studenten vertrouwd met logische en argumentatieve vaardigheden die een belangrijke rol spelen in de hedendaagse filosofie. Ten slotte wordt de minor afgesloten met drie verdiepende, systematische vakken: cultuurfilosofie, ethiek en wetenschapsfilosofie.
Deze minor is interessant voor alle RUG studenten die vanuit een brede wetenschappelijke en maatschappelijke belangstelling kennis willen maken met filosofie. En bevalt de filosofie je goed? Dan kun je de minor ook laten meetellen als deel van een extra studiejaar, waarin je een bachelor haalt in de wijsbegeerte van je eigen vakgebied. Studieschema
Redeneren en argumenterenECTS: 5 Redeneren en argumenteren
De cursus bestaat uit een inleiding in de argumentatieleer, een kennismaking met formele logica en een gastcollege over het zogenaamde praktisch redeneren. Bij de argumentatietheorie bespreken we de volgende onderwerpen, aan de hand van actuele voorbeelden uit publieke debatten: - Op welke manieren kun je met elkaar van mening verschillen? - Wat houdt het in om kritisch te discussiëren? - Kun je een discussiant houden aan iets dat ze niet heeft gezegd? - Wat zijn drogredenen en wat is er mis met ze? Bij de formele logica (syllogistiek en propositielogica) behandelen we o.m. de volgende kwesties: - Wat is de betekenis van betekenis? - Wat bedoelen we als we zeggen dat iemand inconsistent is? - Wat is formele logica? - Wanneer precies is een redenering geldig of ongeldig? Geschiedenis van de Filosofie IECTS: 5 Dit college biedt een eerste kennismaking met een aantal filosofische reuzen op wiens schouders wij zitten. We beginnen in de Klassieke Oudheid toen de Presocraten, Socrates, Plato en Aristoteles voor het eerst systematisch gingen nadenken over kennis, taal en wetenschap, het goede leven, de politiek en vele andere onderwerpen. Hun denken vormt vervolgens het uitgangspunt voor middeleeuwse grootmeesters zoals Thomas van Aquino en Willem van Ockham, die een synthese tussen christelijk geloof en antieke filosofie bewerkstelligen of juist ter discussie stellen. Aan het begin van de moderne tijd bepaalt Descartes de filosofische agenda met zijn Ik denk, dus ik besta, waarna een lange rij denkers de moderne filosofie en het modern wetenschappelijk wereldbeeld helpen vormgeven: Hobbes, Spinoza, Locke, Leibniz, Hume. We eindigen met Kant wiens werk een aardschok in het filosofisch landschap teweegbracht waarvan de naschokken nog steeds voelbaar zijn: het is het menselijk denken zelf dat orde en regelmaat in de wereld schept.
Geschiedenis van de Filosofie IIECTS: 5 Deze cursus dient als inleiding en voorbereiding op de verdiepingsvakken van de minor: cultuurfilosofie, ethiek en wetenschapsfilosofie. Het college begint met het werk van Hegel voor wie filosofie in essentie een historisch proces is. Centrale themas daarbij zijn vrijheid en rationaliteit. Hegels geloof in de vooruitgang in de filosofiegeschiedenis werd sterk bekritiseerd door Nietzsche. Geinspireerd door Nietzsche trachtten postmoderne filosofen in de 20e eeuw Verlichtingsidealen zoals waarheid en moraliteit te ontmaskeren als aanspraken op macht. In Engeland verwierp Russell eveneens de filosofie van Hegel en stond daarmee aan de wieg van de analytische filosofie waarin veel aandacht wordt geschonken aan taal, logica en wetenschappelijke methode. Zo ontwikkelde Russell de moderne logica als grondslag voor de wiskunde. Zijn leerling Wittgenstein analyseerde de relatie tussen taal en werkelijkheid. De logisch positivisten, Popper en Quine formuleerden belangrijke principes zoals het falsificatiebeginsel, en onderzochten de status van wetenschappelijke taal en theorieën. Met de toenemende verwetenschappelijking kwamen er echter ook tegenbewegingen. Hoe kan de mens nog zin en betekenis geven aan een wereld gedomineerd door wetenschap en techniek? Is er nog plaats voor menselijke autonomie, voor een vrije wil? Dit soort vragen staan centraal bij filosofen zoals Heidegger, Sartre en Levinas.
Goed en Kwaad: Inleiding in de EthiekECTS: 5 Waarom zouden we eigenlijk niet mogen liegen? Waarom hebben we een hekel aan arrogantie? Wanneer kunnen we zeggen dat iemands leven 'geslaagd' is? En als het goed is om een financiële bijdrage aan een goed doel te geven, is het dan slecht als we geen geld geven? Dit zijn enkele voorbeelden van de vragen die in de ethiek bestudeerd worden en in dit college aan de orde komen. Allereerst zullen we nagaan wat morele vragen eigenlijk zijn. Wat moeten we onder 'goed' en 'kwaad' verstaan? En kunnen we wel op een zinvolle manier nadenken over morele vragen? Vervolgens gaan we verder in op het werk van filosofen als Aristoteles, Hobbes, Kant, en Mill, die in de cursussen Geschiedenis I en II aan bod zijn gekomen, en bespreken we de belangrijkste ethische theorieën: deugdenethiek, contracttheorie, deontologie, en utilitarisme. Deze theorieën, en de problemen die ze met zich meebrengen, worden besproken aan de hand van vele concrete en actuele voorbeelden (milieu, euthanasie, financiële dienstverlening, etc.).
WetenschapsfilosofieECTS: 5 Als we echt iets willen weten, doen we vaak een beroep op wetenschap, een wetenschappelijke opleiding bereidt voor op verantwoordelijke functies in de maatschappij, en beleidsbeslissingen worden doorgaans met wetenschappelijk onderzoek gemotiveerd. Wetenschap is kortom niet weg te denken uit onze wereld. Maar wat is wetenschappelijke kennis precies en hoe rechtvaardigen we het? Geeft het een betrouwbaar, of eigenlijk alleen een bruikbaar beeld van de wereld waarin we leven? En is dat beeld afhankelijk van onze historische en sociale context? In de colleges wordt op deze vragen een antwoord geformuleerd. Aan de ene kant baseren we ons daarbij op de geschiedenis van de wijsbegeerte. Aan de andere kant werken we steeds op basis van voorbeelden uit de wetenschap en haar geschiedenis. CultuurfilosofieECTS: 5 De cultuurfilosofie concentreert zich op de manier waarop mensen individueel en collectief betekenis geven aan hun leefwereld en op de middelen (media) die hen daarbij behulpzaam zijn. Daarbij handelt het om themas als (culturele) identiteit, culturele verschillen en tegenstellingen, lokale, nationale en mondiale cultuur, communicatieprocessen, de rol van (nieuwe) media en technologieën, culturele repertoires, rituelen en praktijken, en om culturele macht en dominantie. Meer in het bijzonder wordt ingegaan op: 1) de opkomst van het cultuurbegrip; 2) de geschiedenis van de cultuur- of geesteswetenschappen; 3) massa- en elitecultuur of hoge en lage cultuur; 4) technologische cultuur en de kennissamenleving; 5) culturele globalisering.
|
Associative links:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Current section:
Minors |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||