Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFEBNews / FEB

Congres Sporteconomie: inzichten helpen coaches, managers, atleten en overheden

22 augustus 2016
Sport Economics conference

Maken dopingschandalen het wielerpubliek wel iets uit? Zijn vrouwen of mannen betere ploegmanagers? Welk transferwindow in het voetbal is het beste moment om nieuwe spelers te contracteren? Zijn overheidsuitgaven effectief bij de bevordering van sportbeoefening? Zijn midweekse voetbalwedstrijden nadelig voor de thuisploeg?

74 wetenschappers uit 18 landen bespreken 75 verschillende sporteconomische onderwerpen op de ESEA European Conference on Sport Economics aan de Rijksuniversiteit Groningen van 31 augustus - 2 september 2016.

Nieuwe inzichten

"Economische theorieën ondersteund door kwantitatieve modellen zijn zeer van toepassing op sport", zegt ESEA congresorganisator Ruud Koning, hoogleraar Sporteconomie van de Rijksuniversiteit Groningen. "We krijgen meer en meer toegang tot statistische gegevens over sport, die ons in staat stellen om sportgerelateerde vragen te modelleren, berekenen en beantwoorden. Onze nieuwe inzichten zijn nuttig voor coaches, managers, individuele sporters, overheden, bedrijven en ga zo maar door."

Aan- en verkoop van voetballers

Voetbalteams draaien allemaal om ‘human capital’. Keynote spreker Robert Simmons presenteert verschillende effecten op de prestaties van een club. Het vertrek van ervaren spelers blijkt schadelijk voor de prestaties van het team, zelfs als de vertrekkende voetballers worden vervangen door nieuwe spelers met dezelfde marktwaarde. Daarnaast blijken spelers die gehaald worden tijdens de transferperiode in januari minder bij te dragen aan de prestaties van het team dan even dure spelers die in de zomer zijn gecontracteerd.

Mannelijke en vrouwelijke managers

Vrouwelijke teammanagers presteren nooit slechter dan mannelijke teammanagers. Dat blijkt uit gegevens over vrouwelijke en mannelijke managers in drie Europese vrouwentopvoetbalcompetities en de grootste Noord-Amerikaanse vrouwenbasketbalcompetitie. Vrouwelijke coaches presteren bovendien beduidend beter als ze meer gespecialiseerde ervaring hebben dan mannelijke team managers. Onderzoekers Helmut M. Dietl, Carlos Gomez en Cornel Nesseler stellen dat hun resultaten ook implicaties hebben voor het bedrijfsleven en clubs die zich verzetten tegen het aanstellen van vrouwelijke team managers. Het is een feit dat coaching in de sport dezelfde taken behelst als managementposities in het bedrijfsleven: selectie, coördinatie en motivatie van teams.

Dopingschandalen

Hoe kijkt het publiek aan tegen nationale helden en dopingschandalen? Onderzoekers Arne Feddersen en Armin Rott maakten gebruik van een dataset van tv-kijkers in Duitsland tijdens 23 edities van de Tour de France. In de periode van 1993-2015 kende Duitsland zowel nationale trots als schandalen, zoals het geval van Jan Ullrich. Hij won in 1997 de Tour en was succesvol, totdat hij betrokken raakte bij een dopingschandaal in 2006. Is er enig effect op de hoeveelheid tv-kijkers? Hieruit zal duidelijk worden of dopingschandalen het publiek iets uit maken.

Doordeweekse wedstrijden

Thuisvoordeel is een bekende fenomeen in het voetbal. Alex Krumer en Michael Lechner vonden dat dit effect verloren gaat wanneer wedstrijden midweeks worden gespeeld in plaats van in het weekend. Het feit dat niet alle teams evenveel midweekse wedstrijden spelen, betekent dat het competitieschema het gunstigst is voor teams met minder thuiswedstrijden doordeweeks. En dat kan als competitievervalsing worden beschouwd.

Sportpromotie door overheden

Om sportbeoefening te vergroten, investeren overheden zowel direct (in sportfaciliteiten of via clubsubsidies), als indirect (door te investeren in onderwijs, gezondheidszorg en vervoer). Onderzoekers Soeren Dallmeyer, Pamela Wicker en Christoph Breuer ontdekt dat de effectiviteit van beleid verschilt per leeftijdsgroep. Indirecte investeringen in het onderwijs en het openbaar vervoer hebben een positief effect op sportparticipatie bij 20- tot 49-jarigen, maar niet bij volwassenen boven de 65 jaar. De leeftijdsgroep van 50-64 wordt positief beïnvloed door investeringen in voorzieningen en onderwijs, maar negatief door beter openbaar vervoer en door overheidsinvesteringen in alternatieven (substituten), zoals musea of ​​ theaters.

Meer informatie
Laatst gewijzigd:26 augustus 2016 10:49

Meer nieuws