Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsStudievoorlichtingStuderen aan de universiteit

De bacheloropleiding

Het eerste jaar

Het eerste jaar van de bachelor is de propedeuse. Die vormt het begin van je studie en heeft het karakter van een inleidend en selecterend jaar. Het verplichte programma wordt zo ingericht dat je de mogelijkheid krijgt om je te oriënteren op jouw opleiding. Je vormt je zo een beeld van de verdere studie en de vele mogelijkheden die de universiteit biedt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan keuzevakken, specialisaties en opleidingsmogelijkheden in het buitenland. Ook kun je bij sommige opleidingen naar een ander programma overstappen.

Het tweede en derde jaar; major en minor

In het tweede jaar ga je verder met je studie. Bij de meeste studies is je bacheloropleiding verdeeld in een major (je eigenlijke studie) en een minor. De major bestaat uit een cursusduur van tweeëneenhalf jaar, ofwel 150 studiepunten. De minor is er om je keuzevrijheid te vergroten en je over de grenzen van je studie heen te laten kijken. De minor beslaat een half studiejaar van 30 punten en die kun je bij een andere opleiding volgen. Bij de meeste opleidingen volg je de minor in het eerste semester van het derde studiejaar. Doordat de opleidingen hun minoren in één en hetzelfde semester aanbieden is het makkelijk een minor bij een andere opleiding te volgen.
Wanneer je alle onderdelen uit je bacheloropleiding met voldoende resultaat hebt afgesloten, krijg je je bachelordiploma. Titels zoals Bachelor of Arts (BA) of Bachelor of Science (BSc) zijn daaraan gekoppeld. Je kunt hierna beginnen met de volgende fase van je universitaire studie, de masteropleiding.

Laatst gewijzigd:17 juni 2017 09:31
printOok beschikbaar in het: English