Skip to ContentSkip to Navigation
founded in 1614  -  top 100 university

Alumnus schrijft verhaal

Alumnus schrijft verhaal

Na sluitingstijd, liefde, de ontmoeting, fiets, oudejaarsnacht, mijn studentenkamer, de thema's in de rubriek 'Alumnus schrijft verhaal' waren afwisselend. Van april 2011 tot april 2015 verscheen de rubriek in het alumnimagazine Broerstraat 5. Elk kwartaal konden oud-studenten een kort verhaal insturen rond een wisselend thema. De redactie van Broerstraat 5 dankt alle inzenders in de afgelopen jaren voor hun bijzondere bijdrage.

Uitgelicht: ‘Het is geen 1960 meer’, alumnus Roeland Monasch bestrijdt voor Unicef kindersterfte in Sierra Leone

Roeland Monasch, alumnus sociologie 1991, is directeur van Unicef in Sierra Leone. In het land dat toch al kampt met ontoereikende gezondheidszorg en hoge kindersterfte, heeft de ebola-epidemie erg toegeslagen. Daarom heeft Monasch, samen met de lokale overheid een campagne op touw gezet. De bevolking moest drie dagen thuis blijven en ondertussen kregen 1,5 miljoen huishoudens bezoek van sociaal werkers en lokale vrijwilligers die uitgebreide voorlichting gaven. In 2013 had journaliste en alumna geschiedenis 2004 Franka Hummels een interview met Monasch over zijn werk in Sierra Leone.

Uitgelicht: ‘Goede muts', alumnus Egge Knol over de muts op de lustrumfoto van Sacha de Boer

Alumnus Egge Knol, conservator van het Groninger Museum, meldde ons dat de muts van de student op de campagnefoto van Sacha de Boer wel degelijk historisch verantwoord is en geen Magna Pete-muts, zoals wij in het julinummer schreven. Het is een achtkantige zwarte Vindicatbaret met brede rode bies en een paarse pluim (letteren) uit 1903. Knols wetenswaardige toelichting leest u onder ‘goede muts’.

Eerdere inzendingen

Hieronder vindt u alle inzendingen voor de rubriek Alumnus schrijft verhaal.

Na sluitingstijd, Tonko Ufkes

Om elf uur of misschien pas om half twaalf ’s avonds sloot de bibliotheek van het Geschiedenis Instituut aan de Heresingel. Het precieze tijdstip weet ik nu niet meer - daarvoor is het te lang geleden - maar zelfs tijdens de eerste maanden van mijn studie wist ik het ook niet. En gelukkig weet ik dat nog wel. Precies.

Sluitingstijd, Mathilde Broeks

Ding, dong, dang. ‘Dames en heren, de bibliotheek gaat over enkele minuten sluiten.´ Aldus de vriendelijke mannenstem die dagelijks om even voor zes door de luidsprekers van leescafé Belcampo klonk. Welk gezicht er schuilging achter de stem, dat wist ik niet.

Recepten 'Koken met alumni' Broerstraat 5, december 2014

Recepten 'Koken met alumni' Broerstraat 5 december 2014

Verhalen Monica Arac de Nyeko, Alumnus van het Jaar 2014

Monica Arac de Nyeko won in 2007 de belangrijkste Afrikaanse literaire onderscheiding, de Caine Prize for African Writing, met haar verhaal "Jambula Tree", hier online te lezen. Ook haar verhaal "The Banana Eater" is online gepubliceerd.

Mooie herinnering aan studententijd Groningen / Julia Boot

In April 2012 vieren we het begin van de zomer met volop zon, goede vrienden en muziek. We drijven met ons vlot naar een eiland. Hier roetsjen we van de kabelbaan en kopen een speciaal ijsje.

‘Het is geen 1960 meer’, alumnus Roeland Monasch bestrijdt voor Unicef kindersterfte in Sierra Leone

Roeland Monasch, alumnus sociologie 1991, is directeur van Unicef in Sierra Leone. In het land dat toch al kampt met ontoereikende gezondheidszorg en hoge kindersterfte, heeft de ebola-epidemie erg toegeslagen. Daarom heeft Monasch, samen met de lokale overheid een campagne op touw gezet. De bevolking moest drie dagen thuis blijven en ondertussen kregen 1,5 miljoen huishoudens bezoek van sociaal werkers en lokale vrijwilligers die uitgebreide voorlichting gaven. Vorig jaar had journaliste en alumna geschiedenis 2004 Franka Hummels een interview met Monasch over zijn werk in Sierra Leone.

Goede muts, alumnus Egge Knol over de muts op de lustrumfoto van Sacha de Boer

Roeland Monasch, alumnus sociologie 1991, is directeur van Unicef in Sierra Leone. In het land dat toch al kampt met ontoereikende gezondheidszorg en hoge kindersterfte, heeft de ebola-epidemie erg toegeslagen. Daarom heeft Monasch, samen met de lokale overheid een campagne op touw gezet. De bevolking moest drie dagen thuis blijven en ondertussen kregen 1,5 miljoen huishoudens bezoek van sociaal werkers en lokale vrijwilligers die uitgebreide voorlichting gaven. Vorig jaar had journaliste en alumna geschiedenis 2004 Franka Hummels een interview met Monasch over zijn werk in Sierra Leone.

Bij weer en wind / Mathilde Broeks

In het najaar van 2007 zag ik hem voor het eerst. Een gure rukwind kwelde mijn gezicht en de hemel kon zijn tranen ternauwernood bedwingen. Naakte bomen staarden mistroostig voor zich uit. Met verkleumde schouders stond ik in de rij bij de notenkraam op de Vismarkt. Vanuit mijn rechterooghoek zag ik een mannelijke verschijning aan komen waggelen.

De eerste tzatziki / Tonko Ufkes

Als laatste waren we klaar met het tentamen en zodoende liepen we vrijwel tegelijk de Lutke Nieuwstraat in, op weg naar huis. Zij zag er prachtig uit, helemaal in rood en ze had zelfs een rood parapluutje opgestoken tegen de beginnende regen. Zelf klapte ik een oud, groen exemplaar open.

‘Bij weer en wind’ / Henk Marius Jansen

Alleen in Groningen bleek er nog een plaats, toen ik in 1961 pas eind september van het kanaaleiland Jersey terugkwam om me nog in te schrijven voor de studie tandheelkunde. Het regende hard toen ik na een lange treinreis aankwam en een man op het trottoir van de Oude-Ebbingestraat vroeg hoe ik het snelst in Corpus den Hoorn kon komen, waar een kamer zou zijn.

Het eind van de tegenwind / Koen de Kruif

Paddepoel hield nog op na het Scheikundegebouw aan de Nijenrode. Vanaf de derde verdieping keek je naar het Versnellerinstituut en daartussen helemaal niets. Niets? Nee, ergens voorbij de helft stonden daar een aantal kleine windmolens naast een huisje. Dat was de keet van het energiepracticum.

Wind tegen / Robbert Coops

De Paddepoel. Het klonk als Nova Zembla. En zo leek het ook. Voor inwoners en studenten zo’n dertig/veertig jaar geleden was het gebied echt een brug te ver (temeer daar de busverbinding beperkt was, het er altijd waaide en meestal stormde, het onophoudelijk regende dan wel hagelde en er verder geen sfeer, laat staan enige vrolijkheid, of enige interessante voorziening te vinden was).

De dubbele paraplu / Tonko Ufkes

Als laatste waren we klaar met het tentamen en zodoende liepen we vrijwel tegelijk de Lutke Nieuwstraat in, op weg naar huis. Zij zag er prachtig uit, helemaal in rood en ze had zelfs een rood parapluutje opgestoken tegen de beginnende regen. Zelf klapte ik een oud, groen exemplaar open.

Spotdicht Berend Kymmell ter ere van 200 jaar Groningse universiteit

Luut Edel, RUG- alumnus sociologie 1971 uit Roden bezorgde de redactie van Broerstraat 5 de eerste drie coupletten van een spotdicht dat dorpsgenoot en mede-alumnus Berend Kymmell in 1814 schreef ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de Groningse universiteit.

Die collegezaal / Mathilde Broeks

Ruim een maand woonde ik op kamers in de Oosterpoort, toen ik mijn debuut maakte als studente Rechtsgeleerdheid. Het was maandag 4 september 2006, ik herinner het mij nog goed.

Avondcollege / Arjen Krom

We zijn op tijd vertrokken, maar dat het zo lang fietsen is met die wind heeft niemand van ons gedacht. Helemaal vanaf Lewenborg via Kardinge, Korreweg en Selwerdflats naar Zernike. De helft van onze groep zonder, de andere met fietsverlichting.

Die collegezaal / Jannie Rozema

Voor psychologiestudenten is het ongewoon om zo vroeg al naar college te komen. Om half 9 sluit de conciërge de deuren en daarna komt er niemand meer in. We schrijven een vrijdagmorgen in 1976 als de collegezaal van Neurologie van het Academische Ziekenhuis volloopt.

“Die collegezaal….” / Karen Tromp-Hunte

In de zomer van 1999 ben ik vanuit Curaçao naar Nederland gekomen om Bedrijfskunde te studeren aan de RUG. Mijn studentenkamer was geregeld, inkopen werden gedaan en de stad werd verkend. Uiteindelijk brak de dag aan van onze eerste college.

Terug naar de stad / Stevine Groenen - Boon

De Keiweek begon, maar ik had nog geen kamer in de stad; ik logeerde bij een oude tante. In de rij voor het inschrijven sprak een meisje me aan, Bernadette.

Slapperig / Dick Ronner

‘Jij hebt slapperige armpjes.’ De Joegoslaaf nam mijn biceps tussen duim en wijsvinger en kneep er even in. Toen pakte hij het blok boter en wierp het met gemak meters ver in de smeltkuip.

Uitblazen /Tonko Ufkes

Angstig liep ik die vrijdagmiddag, ergens rond 1980, over het enorme terrein van scheepswerf Patje in Waterhuizen; mijn kameraad Eelco was verdwenen. Vanochtend waren we nog getweeën langs het Winschoterdiep gefietst om een dag in de scheepsbouw te werken.

Kunstnieren / Pieter Parmentier

Het moet in 1975 geweest zijn dat ik bij Gyas wedstrijden roeide en tevens aan de slag ging in de kunstnierenfabriek. Om de roeivereniging draaiende te houden deden we dat soort werk, dat vonden we heel normaal.

Hoe ‘christelijk’ kun je zijn

Het Christelijk bureau voor beroepskeuze zocht in het voorjaar 1960 een psychologie student met kandidaats, die klassikaal afgenomen tests kon beoordelen om aan de hand daarvan ouders te adviseren over vervolgonderwijs voor hun kinderen.

De syllabuswinkel / Arjen Krom

Het is vrijdagochtend, zo rond elf uur. Ik wrijf de slaap nog eens goed uit mijn ogen. Nog geen zeven uur geleden at ik een pizza in de Peperstraat.

Echt feest / Tonko Ufkes

Die zaterdagochtend was ik al om zeven uur opgestaan - want ik wilde er met de racefiets op uit - toen onze zoon Paul ineens belde; of ik hem op kon halen bij de rotonde aan de Goudlaan, vlak bij de ringweg.

Een nacht in juni 1964 / Ton Andringa

De stad gonst wat na van feestelijkheden rond het 350-jarig bestaan van de RUG. Geluid van gepraat en gelach dringt door tot op het Zuiderdiep. Het is afkomstig van het terrasje voor hotel Frigge, aan het brede deel van de Herestraat.

Mijn (onze) eerste kerstboom / Ike Hoogendoorn-de Boer

Ik denk dat het in 1971 was, dat wij, net getrouwd, voor het eerst de kerstdagen in Groningen zouden doorbrengen in ons studentenhuisje. Mijn man Henk liep coschappen chirurgie en ik wilde studeren voor mijn tentamen matrix algebra voor mijn studie psychologie. Ik verheugde me op de gezellige kerstdagen samen in ons kleine huisje in de 2e Hunzestraat.

Vergeten / Tonko Ufkes

‘Vergeten, ik ben de kerstboom vergeten!’ Toen ik mijn fiets tegen Elly’s huis zette, schoot het me te binnen en zij had me nog zo bezworen een mooi boompje mee te nemen. Zelf zou ze voor al het andere zorgen; het eten, de wijn en een gezellige kamer.'

De recycle kerstboom / Nancy Kuper en Jan Willem van Dalen

Als student ben je niet zo bezig met gewoontes en tradities, je voelt je niet geroepen om een aantal weken voor kerst een kerstboom in huis te halen. Er was dan ook geen vooropgezet plan toen Jan Willem en ik op een zaterdagmorgen in december een rondje door de wijk maakten.

De studentenhap / Carla Visser-Spanjer

Tsjonge jonge jonge, wat een sprongen, Tsjonge jonge jonge, wat een jaar. Tsjonge jonge jonge, vijfenzestig, Driehonderdzoveel bij elkaar….  Zo begon het jaarlied (1965) van Magna Pete, de club waar ik de dag na mijn komst in Groningen min of meer toevallig belandde; het na-noviciaat begon.

De studentenhap in 1973 / Els van den Eertwegh-Gubbels
Waren wij de plofkip-generatie avant-la-lettre ? In die tijd werd er door studenten kip gebakken op de studentenflat in Selwerd. De keuken van de tweede verdieping Esdoornlaan keek uit op het crematorium en de rokende schoorstenen maakten je absoluut weemoedig over dit aardse bestaan.
Chili con carne / Tonko Ufkes

Tot de KEI-week had ik er nog nooit van gehoord maar na die week at ik het geregeld. Jarenlang maakte ik het zelf of at het bij huisgenoten, studiegenoten, vrienden en vriendinnen: Chili con carne.

Een beetje van mezelf en… / Wencke Taatgen

1987. Ik studeerde ALS en als je ALS studeerde, deed je de bijvakken OK1 en OK2, dat was een ongeschreven regel. OK1 en OK2 betekende pas echt college lopen in plaats van met je kleine letterengroepje in een schoollokaal zitten.

Noedelsoep / Geeske Hogenhuis-Spreeuwers
Noedelsoep was het eerste waar ik aan dacht toen ik het woord studentenhap las en wel de instant variant. Ik herinner me nog duidelijk dat ik de instant pakjes zag liggen bij Xenos in mijn eerste week als student op kamers.
Studentenhap / Herman Plagge

In de jaren zeventig /tachtig van de vorige eeuw, studeerde ik als extraneus aan de Faculteit der Rechten van onze Alma Mater. Ik was in die tijd werkzaam bij Vendex / Vroom & Dreesmann als inkoper van confectie en later als manager van een grote administratief -organisatorische afdeling. Die afdeling had een wonderlijke naam, n.l. “Het Contactbureau”, een naam die bij menigeen wilde fantasieën teweeg bracht.

Zomer in Stad of Auto onderlinge / Maria Mencke

Natuurlijk had ik liever een spetterend verhaal gemaild, in de sfeer van Summer in the City (at night it's a different town). De zomer die zich echter bij mij opdringt, was in de eerste helft van de jaren '70. En ik kan me niet eens herinneren of het warm was, laat staan hot, want ik ging vier weken werken.

Altijd scheen de zon / Fienke Smit

Eenmaal op kamers woonde ik nabij het spoorviaduct. Het geluid van rangerende treinen ging deel uit maken van mijn dagen en mijn nachten. Alle keren dat ik over het viaduct ging om me onder te dompelen in de verlokkingen van het stadscentrum zag ik de trein naar mijn voormalige woonplaats gereed staan op perron 1B.

September in Stad / Tonko Ufkes

Ergens begin september 1978 zaten we ‘s avonds nog te studeren in de bibliotheek van ons instituut aan de Heresingel. In het statige herenhuis stonden de ramen half open maar tegen de hitte hielp het niet veel. Na een tijdje ging ineens Anneke tegenover me zitten; een welgevormde jaargenote met lang, blond haar, zodat ik het nog warmer kreeg.

Mijn huisje / Yvonne te Nijenhuis

De sleutel knarst in het slot en met veel gewrik en geduw lukt het om de deur te openen. Een lucht van verschaalde sigarettenrook, vet en viezigheid van jaren walmt me tegemoet. Het liefst wil ik direct weer rechtsomkeert maken, maar mijn nieuwsgierigheid en plichtgevoel geven me een duwtje in de rug en daar stap ik zomaar vijfentwintig jaar terug in de tijd.

Mijn studentenkamer / E. Ponsioen

Het gegil kwam onder de vloer vandaan en ging gepaard met gestommel. Verkrampt lag ik in bed, durfde niet te bewegen. Mijn ogen gericht op de contouren van de spaarzame meubels in mijn kamer, beschenen door het weinige licht dat van buiten door mijn gordijnen wist heen te dringen.

Mijn studentenkamer / Karel Th. Eisses

Mijn middelbare school lag "om de hoek", maar ik had kennelijk niet opgelet. Rustig buurtje, dacht ik bij bezichtiging, en uitzicht op het torentje van het Academiegebouw. Maar dat viel tegen toen ik was geïnstalleerd. 's Nachts klonk "De wilde boerendochtere" keihard vanuit een buurtcafé en veranderde de Muurstraat* in een drukke verkeersader.

Mijn studentenkamer / Kerst Toxopeus

Na mijn eerste drie jaar in Groningen twee andere kamers te hebben versleten huurde ik in september 1958 als vierdejaars een kamer met afzonderlijke slaapkamer (prijs: fls 63,- per maand).

Mijn studentenkamers / Elly Engelkes

Mijn eerste studentenkamer was uitgezocht door mijn ouders. Dus een keurige kamer in een nette buurt . Ik hield het daar nog geen jaar uit. Mijn hospita klaagde over het vele bezoek en het daardoor bevuilen en slijten van de traploper.

Waakdienst / Henk van Putten

Eind twintigste eeuw, toen de bomen in de automatisering tot in de hemel groeiden, was ik werkzaam voor een softwarehuis. Het millenniumprobleem en de komst van de euro gaven een enorme impuls aan een branche die het economische tij al enige tijd mee had. Alles kon, alles mocht.

Oudejaarsavond / Agmar van Rijn

Het is gelukt! Ik kan niet anders dan diep zuchten nu ik zie hoe zijn bord exact tegenover het mijne staat, zijn wijnglas van het hetzelfde merk rechts erboven, het bestek in het gelid, het sneeuwwitte servet. Alles is er, alles klopt, nu zijn we eindelijk samen.

Oud en Nieuw / Arjen K. van Gijssel
Het gebeurde in die dagen dat President Obama elke Amerikaan opdroeg om een iris-scan te maken. Ook Joe Timmerman moest gaan. Zijn vader was Nederlands, zijn moeder kwam uit de staat Virginia.
Oudejaarsnacht / Klaas Tuinema

Van goede voornemens moest ze niets hebben, mijn Marieke.

“Als je wat wilt, dan doe je het, en als je iets niet wilt, dan doe je het niet. Punt uit. En waarom wachten tot 1 januari? En om ze bekend te maken klopt natuurlijk al helemaal niet.

In de mist / Tonko Ufkes

Veel later dan afgesproken kwam onze oudste dochter op nieuwjaarsdag aanwaaien. Als excuus voerde ze aan, dat ze die middag de wekker niet gehoord had, zo moe en beroerd voelde ze zich. Inderdaad, ze zag erg bleek en met een hese stem vertelde ze over het oudejaarsfeest met haar huisgenootjes, met mixdrankjes en met een waterpijp.

Oudejaarsnacht als afsluiting / Eva Vrieze

Het was gezellig. Lang natafelen, vertrouwde club oud studie-genoten, ingesleten gespreksonderwerpen en veilige grappen. Gezellig zoals een oudejaarsnacht hoort te zijn. Je kan immers het beste afsluiten op een goed moment?

Goed lek / Tonko Ufkes

Dit was in geen jaren gebeurd, misschien sinds de eigen studententijd niet meer: We waren als eerste gekomen en toen we ook als eerste weer wilden gaan, stond tegen onze fietsen een hele kluwen roestige fietsen. Maar ze waren wel van vrienden van onze dochter, dus mijn vrouw en ik begonnen ze voorzichtig één voor één te verplaatsen.

Fiets in roeste / Robbert Coops

Natuurlijk. Iedereen kreeg een fiets. Van zijn ouders. Tenminste wanneer je was toegelaten op de middelbare school. Een hele prestatie die feestelijk omlijst werd met een nieuwe fiets. De markering van een nieuwe status. Op weg naar volwassenheid?

Die ontmoeting in september 1981 / Alie Kuiterman

We ontmoeten elkaar bij de Groningse studenten basketbalvereniging Groene Uilen. Het voormalige dames 1, het team dat in de eredivisie speelde, stopt ermee en wij worden het nieuwe dames 1. Negen meiden, verschillend in leeftijd, verschillende studies en verschillend in basketbalervaring. Wat moet dat worden.

'We plan to celebrate our silver wedding anniversary in Groningen where we found love without barriers' / Geeta Thuraisingam

I met my husband, Dr Serge Bayala, at the University of Groningen in December 1998, just one week before I was supposed to leave Groningen to go to Stirling to continue with my MSc programme. He had just arrived in Groningen to start his PhD research in Financial Management at the University. We met through my Burkinese roommate and it was love at first sight.

'We are busy organizing our wedding this autumn' / Jerome Eugene Wirawan

She was wearing a pink chequered blouse, black skirt and brown boots. Her shoulder-length, charcoal hair was pinned up with a clip near her ear. I couldn't take my eyes off her. Apparently she felt me looking at her. As she reached the door of a church in the southern part of Groningen, she paused, turned around, and looked straight at me. At that moment, I knew I’d found a treasure.

'He (a boy from northern Europe) and she (a girl from southern China) had nothing in common until the summer of 2007' / Yuqin Lu

He (a boy from northern Europe) and she (a girl from southern China) had nothing in common until the summer of 2007. Then they went to the University of Groningen for their Master’s programmes and lived on the same floor of an International Student House.