|
Hoofdluis komt nog steeds veel voor. Juist in deze tijd van het jaar organiseren scholen luizencontroles. Ontdekt men een luis of neet dan krijgen de ouders het advies de kinderen te behandelen met chemische middelen. Fout, zo oordeelt de Wetenschapswinkel Biologie. Herhaaldelijke toediening van deze middelen is gevaarlijk voor jonge kinderen. Ook worden luizen steeds vaker resistent. Adams Appel sprak met Attie Bos van de Wetenschapswinkel en volgde op een school in Bedum de jaarlijkse luizencontrole.
Hoofdluizen zijn parasieten die van het bloed van hun gastheer leven. Over luizen bestaan veel misverstanden en vooroordelen. Dat het iets van vroeger is bijvoorbeeld, of dat luizen vooral in minder sociale milieus voorkomen. Niets is minder waar, aldus Attie Bos. "Hoofdluisbesmetting is in Nederland een groeiend gezondheidsprobleem. Luizen verkiezen daarbij het dagelijks met shampoo gewassen haar boven minder schone hoofden. Ook hebben ze een voorkeur voor lang haar." Meisjes hebben daarom vaker last van luizen dan jongens. Besmetting vindt overwegend op school plaats; waar veel kinderen in elkaars directe nabijheid leven.
Alie Siegers heeft als moeder ervaren hoe vervelend het is als je kind luizen heeft. "Mijn dochter mocht plotseling niet bij vriendinnetjes spelen en bij ons thuis had ze een aparte stoel. Mensen in onze omgeving reageerden soms heel spastisch. Als je niet meer wordt gezoend, ervaar je dat toch als stigmatiserend."
Dus grijpen veel ouders snel naar chemische bestrijdingsmiddelen. Te snel, vindt Attie Bos. "De aloude luizenkam is het meest effectief." Daarnaast pleit de Wetenschapswinkel Biologie voor betere voorlichting en voor de instelling van een Landelijk Meldpunt Hoofdluis dat in samenwerking met de GGD’s de hoofluisbestrijding centraal aanstuurt en coördineert.
|